|
Julia Donaldson - Wat het lieveheersbeestje hoorde (ill. Lydia Monks)
Juryrapport: Leespluim van de maand juli 2010
Nog voor het verhaal begonnen is, biedt de illustratie op het schutblad een idyllisch plaatje van een boerderij met alles wat daarop en daarbij hoort: woonhuis, schuren, stallen, hondenhok, de boer op een tractor en tal van dieren. Als het verhaal dan begint, maken we kennis met die dieren, de plaats waar ze zich ophouden en hun geluiden: boe, gak, tok, kwak, hiii, gnoef, bèè, woef, miauw. Één dier laat zich niet horen, het lieveheersbeestje. Het zwijgt en luistert en in de loop van het verhaal zal blijken hoe waardevol die eigenschappen zijn. Op een avond zit het lieveheersbeestje op een blad te luisteren en hoort hoe twee boeven van plan zijn de prijskoe van de boer te stelen. Ze bespreken uitvoerig hoe ze dat zullen doen en hebben zelfs een plattegrondje van hun route op de boerderij getekend: het hekje door, langs het paard en de vijver, bij de varkensstal linksaf en zo verder tot aan de koeienstal (en kijk maar of het klopt met de situatie op het schutblad). Het lieveheersbeestje vliegt zo snel als het kan naar de dieren en vertelt over de snode plannen. Dan begint het iets in hun oren te fluisteren… Als dan de boeven de volgende nacht hun slag denken te slaan, wordt duidelijk wat het lieveheersbeestje heeft ingefluisterd. Door de geluiden van hun mededieren te imiteren brengen ze de boeven op een dwaalspoor, zodat die tenslotte in de vijver terechtkomen. Vreugde bij de dieren, en dat laten ze horen ook. Maar het lieveheersbeestje zwijgt.
Wat een kostelijke vondst, dat lieveheersbeestje tegenover al die grote dieren en de boeven. Klein maar op alle bladzijden zelfs voelbaar aanwezig. Ook als het lieveheersbeestje fluisterend van oor naar oor vliegt, is dat voelbaar gemaakt. De geluiden van de dieren spelen een belangrijke rol en ze komen dan ook herhaaldelijk en nadrukkelijk in het verhaal voor. We begonnen met het schutblad te bekijken, dan is een blik op het achterste schutblad een passende afsluiting.
ISBN: 9789025746407
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Tjibbe Veldkamp - Temmer Tom (ill. Philip Hopman)
Juryrapport: Leespluim van de maand juni 2010
Misschien kent u wel zo’n vader die ziel en zaligheid in zijn hobby steekt en vaker in de garage, de kelder of op zolder te vinden is dan bij zijn kinderen. De vader van Tom is er zo een. Hij gaat zo op in zijn modelspoorweg, dat hij geen oog heeft voor Toms voorstellingen met getemde dieren, trampolinespringende slakken bijvoorbeeld. Bovendien is vader bang van beesten, zelfs van vlinders. Maar kent u ook jongetjes die daarmee geen genoegen nemen, een jongetje zoals Tom? Hij bedenkt een ingenieus plan om de situatie te veranderen. Dat begint met het temmen van een ijsbeer. Zo gebeurt het dat er ’s avonds in de kamer een grote witte stoel staat, die verdacht veel op een ijsbeer lijkt en waarin vader heel behaaglijk gaat zitten. Nu de eerste poging gelukt is gaat Tom verder met zijn plan en op een gegeven ogenblik hangt er een lamp die op een octopus lijkt, strekt een tijger zich als een vloerkleedje uit en doet een schildpad dienst als bijzettafeltje. Tom heeft een perfecte voorstelling gearrangeerd en zijn vader speelt erin mee, zonder iets in de gaten te hebben. Tot Tom hem de ware toedracht onthult. Een enorme schrikreactie is het gevolg, maar tenslotte: eind goed, al goed. De uitklapplaat die dan volgt bevestigt dat als het ware in een uitbundige overwinnings-apotheose.
Het aardige van dit verhaal is dat de lezer/kijker volop de gelegenheid krijgt zelf conclusies te trekken door de gegevens van tekst en illustraties met elkaar te combineren. Deze twee gaan een ideale symbiose aan, het woord kan niet zonder het beeld en omgekeerd. Een prentenboek om vooral samen te genieten van de belevenissen van de kordate Tom en zijn wat slungelige vader.
ISBN: 9789047702412
€ 14.95 bestel dit boek
|
|
Wilma Degeling - Aan tafel! (ill. Veronica Nahmias)
Juryrapport: Leespluim van de Maand mei 2010
Ze houdt van boodschappen doen, lekker koken, gezellig eten en natafelen. Maar afwassen… Het begint heel alledaags, Eekhoorn heeft boodschappen gedaan en loopt met volle tassen naar huis, zich verkneukelend bij de gedachte aan de lekkere dingen die ze zal koken. Dankbaar accepteert ze het aanbod van Zwijntje om haar te helpen bij het dragen van de tassen en ze nodigt hem uit te blijven eten. Intussen is Egel langsgekomen en die heeft ook wel trek in een lekker stoofpotje. Even later klinkt het ‘Aan tafel!’ en dan zitten ze alledrie te genieten van de heerlijke maaltijd. Eekhoorn geniet dubbel: én van het stoofpotje én van de gezelligheid van het samen eten. Het natafelen is zo gezellig dat de afwas erbij inschiet.
Toevallig, nou ja, scharrelen Zwijntje en Egel de volgende dag tegen etenstijd in de buurt van Eekhoorns huisje rond en uit de struiken komt Vos opduiken. Het vervolg laat zich raden: na het ‘Aan tafel!’ zitten ze met z’n vieren te smullen. De volgende dag komt Moeder Konijn met haar vier kinderen erbij, de dag erop Kikker. Maar als dan Mol zich bij de gasten wil voegen, zegt Eekhoorn dat niet zo’n goed idee te vinden. Maar dan klinkt toch weer het vertrouwde ‘Aan tafel!’ en staat het gezelschap voor een tafel die afgeladen is met vieze borden, lepels, vorken, messen, mengkommen, bakblikken, schalen en pannen. Met een triomfantelijk lachje deelt Eekhoorn droogdoeken uit. Als alles schoon is klinkt zowaar ‘Aan tafel!’ en dan blijkt Eekhoorn in de tuin een barbecue te hebben voorbereid. Een eenvoudig gegeven, maar het krijgt een prettige spanning door de stapeling. Elke dag een nieuw dier erbij en in de keuken stapelt zich, onzichtbaar voorlopig, de afwas op. Voeg daarbij de bonte stoet raak geportretteerde dieren en de gezelligheid die hun gezamenlijke maaltijden uitstralen en je krijgt zo zin om aan te schuiven. En die afwas…
ISBN: 9789060386309
€ 13.50 bestel dit boek
|
|
Kleertjes uit, pyjamaatjes aan - samengesteld door Marlous van Mourik
Leespluim van de maand april 2010
Dikkie Dik, Kikker, Kleine Ezel, Pieter Konijn, bekende personages uit kinderboeken waaraan de namen Jet Boeke, Max Velthuijs, Annemarie van Haeringen en Beatrix Potter verbonden zijn. De dieren figureren op de omslag samen met een aantal andere, maar waar horen die bij? Het zijn illustraties van Noëlle Smit bij het eerste versje, dat begint met ‘Kleertjes uit, pyjamaatjes aan./Hoogste tijd om naar bed te gaan.’ We zijn dan bij de bedoeling van het boek: verhalen, versjes, liedjes en prenten die uitermate geschikt zijn om te worden voorgelezen, nog even voor het slapengaan. Van ultrakort tot enkele pagina’s. Een blik op de inhoudsopgave geeft al een idee van het rijk gevarieerde aanbod, met klassieke namen als Annie M.G. Schmidt, Dick Bruna en Nannie Kuiper tot naamloze maar niet minder bekende – in zekere zin ook klassieke – versjes als ‘Klap eens in je handjes’, ‘Op een klein stationnetje’ en ‘Dit zijn mijn wangetjes’. Al bladerend in het boek kom je soms voor aangename verrassingen te staan: een kostelijk slaapspelletje met vier aandoenlijke baby’s, een stripverhaal over Max die niet op zijn potje wil, een slim idee over hoe je je met speentjes kunt afsluiten voor een onstuitbaar huilende baby. Allerlei belevenissen uit het peuterleven komen aan de orde: hoe het is als je de aandacht van je vader en moeder moet delen met de pasgeboren tweeling, het verdriet om een verloren knuffel, een bezoek aan de kinderboerderij, het wennen aan een nieuwe kamer, logeren, zogenaamd telefoneren, door de plassen lopen. Allemaal heel herkenbare zaken en zo geschreven dat ze bij de voorlezer een glimlach van herkenning en plezier oproepen. En dan is er die overvloed aan grote en kleine illustraties die de tekst ondersteunen of versterken of hun eigen beeldverhaal vertellen. Een boek als dit kan eigenlijk maar op één manier eindigen, en dat doet het ook, met ‘Slaap kindje, slaap’.
ISBN: 9789021666730
€ 19.95 bestel dit boek
|
|
Yvonne Jagtenberg - Balotje en het tasje van oma
Juryrapport: Leespluim van de Maand maart 2010
‘Natuurlijk mag je mijn oude tasje hebben’, zegt oma tegen Balotje. Het tasje lag op zolder tussen allerlei afgedankte spullen. ‘Wees er maar zuinig op’, krijgt Balotje nog als goede raad. Vanaf dat ogenblik zijn ze onafscheidelijk, Balotje en het blauwe tasje. Maar op een dag is ze het kwijt, het tasje is spoorloos. En als oma vraagt aan Balotje waarom ze zo boos kijkt, geeft die als antwoord dat ze iets kwijt is. Ze durft niet te zeggen dat het tasje zoek is, bang dat oma boos zal worden. Die wil niets liever dan helpen het ‘iets’ terug te vinden, maar dat is wel moeilijk als je niet weet wat je moet zoeken. Oma probeert er vragenderwijs achter te komen: is het groot of klein, kun je het ruiken, welke kleur heeft het, maar ze komt niet verder dan iets blauws dat je niet kunt ruiken, kleiner dan Balotje maar groter dan een steen. Oma geeft het op, want als je te hard gaat zoeken, vind je het juist niet. Ze gaan zich dan maar troosten in het café van oom Ben. En laat hij nou een dag eerder een blauw tasje hebben gezien op het voetbalveld. Nu herinnert Balotje zich weer hoe het gegaan is. Gelukkig, het tasje dat ze toen aan een boomtak had gehangen, hangt er nog en het mooie steentje dat ze had gevonden zit er nog in. Dat is nu voor oma, met de waarschuwing dat ze er zuinig op moet zijn.
Een simpel gegeven, een dierbaar voorwerp verliezen en het weer terugvinden, is voor Balotje een ingrijpende gebeurtenis. Zowel in de tekst als in de robuuste illustraties laat Yvonne Jagtenberg al het overbodige achterwege: enkele voorwerpen suggereren de rommelzolder, een stel doelpalen het voetbalveld, een biljart het café. Balotjes kleine figuurtje dun omlijnd tegenover de stevige omlijning van oma.
Een veilig kleuteravontuur – oma is immers steeds aanwezig – dat uitnodigt om ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ te gaan spelen.
ISBN: 9789025855031
€ 13.50 bestel dit boek
|
|
Barbara Joosse - Grrauw! (ill. Jan Jutte)
Leespluim van de Maand februari 2010
Ze vallen direct op bij het doorbladeren, de vele illustraties over twee pagina’s. Op al die grote – maar ook op de kleinere – een jongetje. En steeds heeft hij dezelfde afmeting, zo’n vijf centimeter. Klein in vergelijking met zijn omgeving. Maar daardoor, zo zal in de loop van het verhaal blijken, wordt nog eens extra benadrukt dat we met een dapper jongetje te maken hebben. Milan is zijn naam.
Op een stikdonkere avond komen er enge geluiden uit het bos. Gevaar! Wat kan hij doen? Een fort bouwen van takken, touw en slagroomtaart. Maar dan komt zijn moeder binnen – van wie we alleen maar de schaduw zien – en zij stopt hem met een nachtzoen in bed. Dan beginnen de geluiden weer. Stel je voor dat er bosbeesten zijn die zijn mama komen opeten. Ineens weet hij wat te doen. Inmiddels heeft het gevaar gestalte gekregen: een grote beer met een lapje voor zijn linkeroog (lijkt hij niet sprekend op Milans knuffelbeer?). Milan graaft een diepe valkuil en ja, de beer valt erin. Maar als die hongerige beer eruit zou kruipen, dan… De beer moet eten krijgen en Milan voorziet hem rijkelijk van bessen en vis. Volgegeten valt de beer in slaap en Milan kan met een gerust hart in zijn eigen bed kruipen. Einde van een nachtelijk avontuur, van een nare droom met een goede afloop.
De illustrator Jan Jutte heeft op magistrale wijze de fantasieën van Milan in beeld gebracht. In klare lijnen en heldere kleuren ontrolt zich de nachtelijke dreiging van hoge bomen, lianen en reusachtige bladeren. En daarin Milan die de gevaren onversaagd tegemoet treedt en overwint.
Een verhaal dat kinderen de gelegenheid biedt om net als Milan tegen enge beesten in nachtelijke bossen op te treden. En om net als Milan na afloop over zichzelf te kunnen zeggen: ‘een slim jongetje, een dapper jongetje’, of meisje.
ISBN: 9789045109794
€ 14.95 bestel dit boek
|
|
Steve Smallman - Grommige Gruf (ill.Cee Biscoe)
Leespluim van de Maand januari 2010
Hoe een gruizige, grommige, brommige en eenzelvige beer eindelijk het geluk vindt. En hoe dat te danken is aan een konijntje. Zo zou je het verhaal kunnen samenvatten. Maar hoe heeft die verandering kunnen plaatsvinden? Het begon op een ochtend toen Gruf de beer door het bos liep en daar een konijntje hulpeloos ondersteboven aan een boomtak zag hangen. Grufs eerste reactie is een grom en hij loopt door. Als het konijntje blijft smeken om alstublieft te helpen bedenkt de beer zich en haalt het diertje van de tak. Als beloning krijgt Gruf de ‘gevallen ster’ die het konijntje uit de boom wilde halen. Gruf vindt die ster wel erg op een boomblad lijken, maar hij neemt hem toch mee naar huis, legt hem op de schoorsteen en merkt dan hoe muf en stoffig zijn hol is. En als hij kort daarna een tweede ster krijgt geeft hij zijn hele hol een stevige schoonmaakbeurt. Een schoon maar kaal en leeg hol en zo voelt hij zich ook een beetje: leeg en droevig. Als dan op de deur wordt geklopt en het konijntje daar staat met een kruiwagen vol gevallen sterren schiet de beer zo hevig uit zijn slof dat het konijntje het op een onbedaarlijk huilen zet. Dan beseft Gruf wat hij met zijn grommige gedrag heeft aangericht. Hij probeert van alles om het huilen te doen bedaren. En zowaar, het lukt, en even later lacht het konijntje en Gruf lacht mee. Samen hebben ze dolle pret met de sterren tot het bedtijd is voor het konijntje en het met een nachtzoen afscheid neemt. Gruf kruipt tussen de warme gouden sterren en is echt gelukkig.
Je hoeft de illustratie van de beer op het omslag maar te vergelijken met de laatste in het boek om te weten dat het vriendelijk gedrag van het konijntje wonderen heeft verricht. Dat zo’n verandering niet zonder slag of stoot tot stand komt blijkt duidelijk uit het verloop van het verhaal, zo nu en dan versterkt door de typografie. De dieren in het bos hoeven niet langer beducht te zijn voor een Grommige Gruf maar hebben voortaan een gelukkige, gezellige, gemoedelijke en goedgeluimde Gruf in hun midden.
En let vooral op het slakje.
ISBN: 9789047701743
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Jan Smeekens (samensteller) - Wie knipt de tenen van de reus? ill. Ingrid Godon
Juryrapport: Leespluim van de maand december 2009
Wie knipt de tenen van de reus? Nu de vraag eenmaal gesteld is wilt u natuurlijk ook het antwoord weten. Ik kan nu wel zeggen dat het op bladzijde zoveel te vinden is maar dan ontneem ik u het plezier onbekommerd in het boek rond te bladeren en u te laten verrassen door onverwachte taalpareltjes. De ondertitel van deze bloemlezing luidt: ‘versjesgroeiboek voor kleuters’ en die maakt het boek helemaal waar. Zo’n honderdtwintig gedichtjes, versjes zo u wilt, geschreven door dichters die er toe doen en afgestemd op kleuters. ’n Paar namen om u een indruk te geven: Lea Smulders, Miep Diekmann, Ienne Biemans, Ivo de Wijs, Hans en Monique Hagen, Edward van de Vendel en, uiteraard, Annie M.G. Schmidt. De term ‘groeiboek’ heeft te maken met de wijze waarop de samensteller Jan Smeekens de bloemlezing heeft opgezet. Hij begint met gedichtjes voor de allerkleinsten (tot 3 jaar), vervolgens voor kleuters van 4 tot 5 jaar om te besluiten met een afdeling voor 5- en 6-jarigen. Terecht merkt hij op dat die indeling niet méér is dan een leidraad, zeker geen dwingend keurslijf. Zelfs een vluchtige blik op de gedichtjes maakt duidelijk dat ze gekozen zijn op taalplezier en emotionele herkenbaarheid. Als voorproefje zomaar wat zinnetjes, her en der bijeengesprokkeld:
· van je mie, van je ma,/van je muis piep piep
· flapperhandjes, wapperhandjes/aai- en zwaai- en zwabberhandjes
· Kijk eens hoe ik rondjes rij,/ kijk nou eens naar mij!
· Wie ligt daar zo warm/ op moeders arm?
· ‘Kwek’, zegt de muis/ of is het miauw?
· Mijn moeder wast mijn kont. /Dat is toch niet gezond?
En dan zijn er de illustraties van Ingrid Godon, Kristien Aertssen en Sylvia Weve die er nog een vrolijk schepje bovenop doen.
ISBN: 9789059082519
€ 17.50 bestel dit boek
|
|
Paul Biegel & Sanne te Loo (ill) - De kleren van Sinterklaas
Juryrapport: Leespluim van de maand november 2009
We zien stoomboten aankomen, manen door de bomen schijnen en we horen de wind er doorheen waaien. Een paar weken lang leeft Nederland in Sinterklaassfeer. Voor jonge kinderen een periode waarin de spanning hoog kan oplopen en er allerlei merkwaardige dingen kunnen gebeuren. Zoals bij Anouk thuis. Toevallig ziet ze dat er een koffer wordt bezorgd die in de logeerkamer verdwijnt. Nieuwsgierig Aagje dat ze is, wil ze wel eens weten wat er in die koffer zit en als ze dat eenmaal weet is er maar één conclusie mogelijk: Sinterklaas komt bij hen logeren. Dat nieuws moet ze natuurlijk onmiddellijk aan de kinderen in haar klas vertellen. Die blijven voorlopig nogal sceptisch: ze willen een bewijs. Ze zullen op 6 december, vlak voordat Sinterklaas weer vertrekt, bij Anouk thuis komen kijken. En zie, die ochtend zit de Goedheiligman rustig aan het ontbijt, eet een eitje en een boterham met bramenjam en alle kinderen van de klas staan in stil ontzag toe te kijken. Anouk had dus toch gelijk en Sinterklaas besluit het verhaal met de wijze uitspraak: “…waar de kleren van Sinterklaas zijn, daar is Sinterklaas zelf ook.” Iets waar Anouk nooit aan getwijfeld heeft. En zoals dat gaat bij jonge kinderen, als iets niet klopt met de verwachtingen dan bedenk je er zelf een plausibele verklaring voor.
Naast het verhaal dat Paul Biegel zo’n dertig jaar geleden schreef, is er nu ook het beeldverhaal van Sanne te Loo en die twee vullen elkaar goed aan. De illustratie op het omslag zet al meteen de toon: een kijkje in het intieme slaapkamerleven van Sinterklaas. De poes die overal in het verhaal opduikt, grappige details als de ring van Sinterklaas op het nachtkastje en het raampje boven de voordeur waar je de maan door naar binnen ziet schijnen. En die heerlijke slotplaat: Sinterklaas die pontificaal zit te ontbijten, vol ontzag gadegeslagen door Anouk en haar klasgenootjes. Maar… waar is Zwarte Piet?
ISBN: 9789047701118
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Quentin Greban - Zazoe is verliefd
Juryrapport: Leespluim van de maand oktober 2009
Zazoe is met zijn vader op weg naar de markt als hij een meisje ziet en weet het meteen zeker: hij is verliefd op haar. Hij wil haar leren kennen en bedenkt dat hij dan een cadeau moet meebrengen want, dat weet hij zeker: meisjes houden van cadeaus.
Met die zekerheden gaat hij op stap met op zijn hoofd een mand met tien prachtige watermeloenen.
De weg is lang en de last is zwaar en als Zazoe een man met een koe tegenkomt, geeft hij vier meloenen voor de koe. Nog zes meloenen over en dat is toch ook een mooi cadeau. Maar de koe met Zazoe en zes meloenen op haar rug raakt gauw uitgeput.
Weer doet zich een ruilmogelijkheid voor, nu voor een kameel. En een tijdje later voor een olifant.
Zazoe blijft optimistisch en zijn zekerheden dat meisjes romantisch zijn, gek zijn op lekker eten, gevoelig en van knuffelen houden helpen hem daarbij. N
og één watermeloen heeft hij over en dan laat ook de olifant het afweten. Zijn dieren in de steek laten, dat kan Zazoe niet en met koe, kameel en een meloen op zijn rug komt hij ten slotte bij het huis van het meisje aan. Uitgeput en met hevige dorst. Zo’n dorst dat hij de laatste meloen opeet. Geen cadeau? De pitjes van de watermeloen brengen uitkomst en als Zazoe aanklopt, kan hij het meisje een ketting van pitjes aanbieden.
Zazoe krijgt een kus en wordt rood en het meisje weet het zeker: jongens zijn heel verlegen!
Een warm verhaal in dubbel opzicht. Warm vanwege het onderwerp: verliefdheid, doorzettingsvermogen, optimisme, zorgzaamheid en inventiviteit, warm vanwege de sfeer van de illustraties; het verhaal is in het Verre Oosten gesitueerd – het zou India kunnen zijn, met slangenbezweerder – en de warmte slaat de lezer van de bladzijden tegemoet. Om dorst van te krijgen.
ISBN: 9789085431138
€ 11.50 bestel dit boek
|
|
Jaak Dreesen & Soetkine Aps - Telfeest
Juryrapport: Leespluim van de maand september 2009
Weet u nog hoe u leerde tellen? Ging dat spelenderwijs doordat volwassenen u aantallen voorwerpen lieten benoemen? Of aan de hand van een telboekje: op de eerste bladzijde één appel met het woord en het cijfer 1 erbij, vervolgens twee appels, enz.? Of heeft iemand u de definitie uit het woordenboek geleerd: ‘getallen die na elkaar komen hardop zeggen'?
Er is een moment geweest dat u trots kon zeggen: ik kan tot twintig tellen! En u de vraag ‘hoeveel knikkers heb jij nog?' correct kon beantwoorden.
Maar zo overzichtelijk is de wereld van getallen en hoeveelheden niet. Dat blijkt al meteen op de eerste pagina van Telfeest. Daar wordt over twee, tien, honderd en miljoen gesproken of het niets is. De hoofdpersoon van het boek, een jong konijn, houdt van tellen, hij telt altijd. Die twee, daarmee kan hij wel uit de voeten, dat zijn sokken, die zijn altijd met z'n tweeën. Tien dat zijn de bomen in het bos, maar zijn het er niet meer? Dan komt de kinderlijke overdrijving: misschien zijn het er wel honderd, of miljoen.
Als zijn moeder enveloppen gaat kopen, zestien stuks, wil hij meteen zestien fietsers tellen, het loopt bijna desastreus af. Stoeptegels tellen, de duiven van opa, de renpaarden op de televisie, er komt geen einde aan tellen.
In de loop van het verhaal wordt ook duidelijk waarom mama die zestien enveloppen nodig had: uitnodigingen voor een verjaardagsfeestje want het jonge konijn wordt vijf jaar. Maar zitten er niet meer dan zestien feestvierders rond de tafel? Natuurlijk, want de jarige zelf, opa, mama en papa vieren ook mee.
Het dagelijks leven, lijkt het boek te willen zeggen, laat zich niet in starre getallen vastleggen.
Jaak Dreesen schreef een heerlijk ontregelend verhaal en Soetkine Aps maakte met haar kleurige illustraties de verwarring nog wat groter. Samen geven ze een nieuwe invulling aan het begrip ‘tellen'. Dat moet wel eindigen in een daverend feest met een grote verjaardagstaart met, en dit keer geen verwarring, vijf kaarsjes.
ISBN: 9789058385345
€ 14.95 bestel dit boek
|
|
Guido van Genechten - Wie?
Leespluim van de maand augustus 2009
Boeken met een verrassingselement zijn er in tal van soorten. Vooral voor jonge kinderen. Pop-upboeken die als je ze opent een driedimensionale scène omhoog laten springen, voelboeken met afbeeldingen die zacht, ruw, wollig of glad aanvoelen, boeken met allerlei flapjes die als je ze optilt een nieuw aspect van het verhaal laten zien, boeken met uitklappagina’s, boeken met geluidseffecten. Wie? is zo’n boek.
“Wie?”, vraagt de giraf op het omslag. Als je dan nietsvermoedend het boekje openslaat wordt die vraag nog eens herhaald, maar nu uitvoeriger: “Wie heeft een neus die zo lang is als een slang?” De slang is er naast getekend. Het grootste deel van de slang staat op een pagina die je kunt uitklappen en dan zie je… een olifant. Wat is het geval? Het laatste stukje van de slang is tegelijk onderdeel van de slurf van een olifant.
Het idee is niet nieuw maar Guido van Genechten heeft er nog iets extra’s aan toegevoegd. De twee dieren die hier met elkaar in verband worden gebracht hebben steeds iets gemeen, in dit geval lengte: de slang is lang, de slurf van de olifant eveneens. Datzelfde zie je bij de andere dieren die in het boekje terugkomen. Alleen gaat het dan om eigenschappen als dikte, kleur, aantal, grootte. Het levert onverwachte koppels op. Een kleine test. Een van de tekeningen stelt een bij voor en de vraag luidt: “Wie heeft er meer strepen op zijn rug dan een bij?” Inderdaad, u bent geslaagd.
Het boekje nodigt uit om met jonge kinderen te bekijken. De vragen te stellen, te gissen naar het antwoord en dan de verrassing te zien door de bladzijde uit te klappen.
De fors getekende dieren staan op kleurig papier in een stevig boekje met veilig afgeronde hoeken.
Een vrolijk kijk-, raad-, en vergelijkboekje
ISBN: 9789044810325
€ 9.95 bestel dit boek
|
|
Kathrin Schärer - Stadsmuis en Veldmuis
Leespluim van de Maand juli 2009 - juryrapport
'Jouw leven is hier en mijn leven is daar', zegt Veldmuis tegen Stadsmuis aan het slot van haar bezoek aan de stad. 'En jouw leven is mooi voor jou, maar mijn leven is mooi voor mij.'
Met deze verstandige woorden eindigt een wederzijdse kennismaking: Stadsmuis is op bezoek geweest op het platteland en Veldmuis heeft een vleugje stadsleven opgesnoven. Even hebben ze deelgehad aan een voor hem vreemde wereld.
Stadsmuis is geschrokken van de in haar ogen enorme koeien en de agressieve haan, maar heeft samen met haar vriendin in bewondering gestaan voor de overweldigende sterrenhemel en de zonsopgang.
En in de stad raakt Veldmuis overdonderd door de stank, het lawaai en de wielen. Wielen en wieltjes van auto's, scooters, stepjes, bussen, trams, rolkoffers, skateboards. Maar ze geniet ook van de honderden lichtjes 's avonds en van de schepen op de rivier in de grijze ochtendnevel.
Juist in kleine details van muiselijke reacties komen de verschillen naar voren. Zie maar eens hoe Veldmuis doodgemoedereerd tegen de poot van een poepende koe geleund staat, terwijl Stadsmuis in afschuw wegvlucht. In de stad zijn de rollen omgekeerd, daar kietelt Stadsmuis heel amicaal de snuit van een lobbes van een hond waarbij Veldmuis vol schrik toekijkt. Maar naast de verschillen zijn er toch ook overeenkomsten. Beide muizen hebben een lievelingsplekje, zijn trots op hun eigen omgeving, delen hun voedsel met elkaar en kunnen samen genieten.
De illustraties, die zich over de volle breedte van de pagina's uitstrekken, zijn voor het merendeel sober van kleurgebruik, veel bruin, grijs en zwart. Soms puur schetsmatig.
Des te verrassender de momenten waarop kleur ineens een rol gaat spelen. Maar toch, wat kan grijs een geweldige sfeer oproepen: op de titelpagina bijvoorbeeld en die van de rivier in de ochtendnevel. En let eens op de mensen in dit verhaal, ze bestaan vrijwel louter uit benen, een typisch muizenperspectief. Het aardige bij dit boek is dat de kinderen hun eigen ervaringen met stad en platteland kunnen invullen.
ISBN: 9789047701446
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Annette LeBlanc Cate - Konijn uit de hoed
Juryrapport: Leespluim van de maand juni 2009
Een al wat oudere stadsbuurt: wat woonhuizen, een paar winkels, een statig herenhuis dat betere tijden heeft gekend, achter het verlichte zolderraam het silhouet van iemand met een hoge hoed, op de achtergrond de hoogbouw van de grote stad. Tot zover de titelpagina. Dan begint het verhaal, op de zolderkamer, achter het verlichte raam. Daar wonen Rob en Kootje, een jongeman en een konijn. Rob is goochelaar, met hoge hoed, en Kootje is onderdeel van de voorstellingen die op straat plaatsvinden. Tijdens zo’n voorstelling gebeurt er een ongelukje: een evenwichtskunstenaar met hondje botst tegen de goochelaar op, het konijn valt uit de hoge hoed, het hondje gaat het konijn achterna en in een oogwenk zijn beide dieren in de drukte verdwenen. Kootje slaagt erin zijn belager af te schudden, maar hij is wel de weg kwijt. Het wordt avond en nog steeds heeft Kootje zijn goochelaar niet teruggevonden. Tot hij de toversterretjes ziet die altijd met het konijn uit de hoge hoed komen. Kootje volgt het spoor en op een verrassende manier vindt hij Rob terug.
Tot zover het verhaal. Maar dan is er nog niets gezegd over de illustraties en die zijn voor een prentenboek toch wel bijzonder, zwart-wit. Somber? Saai? Als je het boek uit hebt kom je tot de ontdekking dat je de kleuren waaraan we zo gewend zijn helemaal niet gemist hebt. Integendeel, het lijkt wel of de tekeningen een grote intensiteit bezitten. De summiere gele accenten die hier en daar in het boek voorkomen – de toversterretjes, het verlichte zolderraam – versterken het effect van de zwart-wittekeningen. Soms kost het moeite je van een tekening los te maken, zoveel valt erop te zien. En vergeet niet het omslag te voelen. Rob heeft echte gouden toversterretjes uit zijn hoge hoed getoverd.
ISBN: 9789047504269
€ 12.50 bestel dit boek
|
|
Annemiek Neefjes - Een ballon voor opa (ill. Alice Hoogstad)
Leespluim van de Maand mei 2009
Kinderen en dood horen niet bij elkaar maar er zijn momenten waarop ze elkaar dicht naderen. Wat een intens verdriet kan de dood van een huisdier niet veroorzaken. Nog ingrijpender: de dood van een dierbare opa of oma. Gelukkig bezitten kinderen genoeg veerkracht om met zo´n gebeurtenis verder te leven. Zoals bij Tara. Haar opa ligt ernstig ziek in het ziekenhuis. Zo ziek dat hij zelfs de drop die Tara heeft meegebracht niet mag eten. Dus maakt ze een tekening van Jopie, opa´s papegaai. Maar ook die mooie tekening maakt opa niet beter.
Als opa overleden is, heeft Tara veel verdriet, maar tegelijkertijd is ze nieuwsgierig. Wat is dood eigenlijk en hoe lang blijft opa dood? Altijd, zegt mama en Tara bedenkt dan zelf: ´Dood is een soort verhuizen. Opa Bart is weg en hij komt nooit meer terug.´ Even later de onvermijdelijke vraag of opa naar de hemel gaat; bij veel kinderen een oervoorstelling van de dood. In die eerste dagen na opa´s overlijden komt op tal van momenten en in allerlei situaties opa even langs: zijn gekke rijmpjes, zijn papegaai Jopie, het verdriet van Tara´s vader, het kringgesprek in de klas, de tekening die ze met een ballon naar opa opstuurt.
Op gevoelige en tegelijk nuchtere wijze wordt beschreven hoe vanzelfsprekend verdriet en alledaags plezier elkaar kunnen afwisselen. Tara wil niet mee naar de crematie, de gedachte aan opa in een vuur vindt ze te zielig. Trouwens, ze moet les geven op de papegaaienschool. Ze vertelt Jopie over opa en met veel geduld weet ze hem zover te krijgen dat hij ´opa´ zegt. Zo heeft ze toch iets om haar aan opa te herinneren.
Een integer verhaal dat zich uitstekend laat voorlezen, ook zonder dat meteen sprake is van een droevige aanleiding. De frisse illustraties dringen zich niet op maar zijn op een prettige manier dienstbaar aan het verhaal.
ISBN: 9789025852948
€ 10.95 bestel dit boek
|
|
Anu Stohner & Henrike Wilson, Welterusten sterren
Juryrapport: Leespluim van de maand april 2009
In de kinderwereld zijn beren meestal dieren met een grote aaibaarheidsfactor. Zo kennen we ze in prentenboeken en als knuffel onderhouden ze een hechte band met het kind. Maar Bruno is geen knuffel, hij is een jonge beer van vlees en bloed. Overdag altijd haantje-de-voorste, maar ’s avonds wordt hij ineens heeeel langzaam. Hoe langzaam staat suggestief weergegeven op de illustratie van Bruno die de trap op loopt. Het moment van slapengaan moet zo lang mogelijk worden uitgesteld. Als hij dan eenmaal in bed ligt moet er eerst nog het Welterustenspel gespeeld worden, een spel met rijmen en een vaste rolverdeling voor Bruno en zijn ouders. Bruno begint bijvoorbeeld met ‘Welterusten aap’ en dan luidt het antwoord, van mama in dit geval: ‘dag giraf, val maar lekker in slaap’. En zo wenst Bruno konijn, kangoeroe, uil en vos welterusten en zijn ouders maken het rijmpje compleet. Het luistert nauw, want als papa ‘welterusten soep, we eten je op’ laat rijmen op ‘pop’ wordt dat door Bruno afgekeurd. Mama moet eraan te pas komen om de zaak weer recht te breien. Zo gaat het nog een tijdje door, Bruno’s ogen worden steeds zwaarder. Tot ‘welterusten licht’, na het antwoord ‘ik doe je uit en de deur gaat dicht’ valt hij in slaap.
Ongetwijfeld zullen zich in veel gezinnen vergelijkbare rituelen afspelen die de grens tussen waken en slapen accentueren: een verhaaltje vertellen, een liedje, een gebedje, een glaasje water. Of, zoals in dit boek het Welterustenspel. Net iets meer dan alleen maar een spelletje. Het draagt ook op een speelse, vanzelfsprekende manier bij aan de taalontwikkeling. Die begint bij jonge kinderen immers met rijmpjes, versjes en liedjes. De illustraties, vaak over anderhalve pagina, belichten een of meer elementen uit de tekst en sluiten daar door kleurgebruik en sfeer bij aan. Een heerlijk boek om het slapengaan mee te begeleiden. En wat zou het mooi zijn als het volwassenen inspireert tot een eigen Welterustenspel.
ISBN: 9789047700869
€ 14.95 bestel dit boek
|
|
Layn Marlow - Schiet op, niet zo snel!
Juryrapport: Leespluim van de maand maart 2009
Begin maar met die tweede aansporing uit de titel: ‘Niet zo snel!’ en neem de tijd om het schutblad te bekijken. Dat vertelt ook een verhaal, over de natuur, met bloeiende en pluizende paardenbloemen en allerlei wriemeldiertjes. De dan volgende titelpagina gaat daar nog even mee door en daar ontmoeten we de hoofdrolspelers die we nog niet kennen. Dan begint het verhaal, over Haas die altijd haast heeft en Schildpad, die alles kalm aan doet. Bladzij na bladzij leren we hen beter kennen: de bedachtzame Schildpad die van uitslapen houdt, zich voorzichtig voortbeweegt, de tijd neemt om te eten, alles keurig opbergt en nadenkt voordat hij wat doet. Voortdurend jaagt Haas hem op en het ‘schiet op’ is niet van de lucht. Pas ’s avonds denkt Schildpad eindelijk rustig een kopje kamillethee te kunnen drinken, maar dan begint Haas te zeuren en te slijmen, er moet voorgelezen worden. Schildpad opent het lievelingsboek van Haas en leest in sneltreinvaart, maar daar steekt Haas een stokje voor: ‘Schiet op, niet zo snel!’ Rustig lezen en de tijd nemen om naar de plaatjes te kijken. En Schildpad doet wat van hem verwacht wordt. Dit alles speelt zich af op ooghoogte van de twee dieren in een wereld van planten en kleine dieren met als pièce de résistance een rabarberblad dat als dekbed dient. De enige verwijzingen naar de mensenwereld zijn het theekopje en het voorleesboek. Een toepasselijke tekening sluit het verhaal af: Haas en Schildpad verdiept in het voorleesboek, terwijl alle kleine diertjes over hun schouders meekijken. Van haast is geen sprake meer. Er zijn tenslotte dingen waar je de tijd voor moet nemen. Zelfs al wordt de kamillethee koud.
ISBN: 9789021665924
€ 13.95 bestel dit boek
|
|
Ted van Lieshout - Spin op sokken (ill. Sieb Posthuma)
Juryrapport: Leespluim van de maand februari 2009
Wat gebeurt er als twee kunstenaars hun talenten bij elkaar steken? Anders gezegd, wat levert de samenwerking tussen een dichter en een tekenaar op? ‘Een spin op sokken’! Hoe die eruit ziet, daarover laat de illustratie op het omslag geen twijfel bestaan en ook het eerste gedichtje is aan die spin gewijd. Dan volgen er nog vijftien over allerlei onderwerpen en één ding wordt al gauw duidelijk: de dichter, en in zijn kielzog de illustrator , heeft iets met getallen. Zeven bavianen; zeven poppen – waarvan er telkens een verdwijnt tot er één overblijft – ; negen golfjes, honderden huizen; negen eenen; zesentwintig parelmoeren knoopjes; tien lakeien; drie kusjes, ze spelen een rol in de vaak absurde gedichtjes van Ted van Lieshout en de illustraties van Sieb Posthuma (bekend van o.a. ‘Rintje’ op de kinderpagina van NRC Handelsblad. Doen er nog een schepje bovenop. Soms zijn ze zelfs in de illustraties opgenomen zoals het geval is bij de tien lakeien waar de cijfers 1 tot en met 10 in hun lichamen zijn verwerkt., of in het zevenjarige kind in gesprek met haar opa van zeventig. De gedichten gaan van kort en eenvoudig – over bavianen die bananen eten – tot uitgebreid over een prinsesje dat alles heeft maar vooral heel erg blij zou zijn ‘Als ik gewoon een meisje was, en mama’s lieve schat.’ Van het rebus-achtige ‘1 2tal 3lingen’ tot ‘Een schrijvertje schreef’ waarvoor van Lieshout zich ongetwijfeld heeft laten inspireren door ‘Het schrijverke’ van Guido Gezelle, maar met een heel ander antwoord. Een gedichtenprentenboek met veel variatie, zowel in de inhoud als in de toegankelijkheid. Ook kinderen die buiten de beoogde leeftijdsgroep vallen kunnen er kijk- en (voor)leesplezier aan beleven. Maar wie bang is van spinnen zij gewaarschuwd: er komen er nogal wat voor op de illustraties, met en zonder sokken.
ISBN: 9789025852115
€ 13.50 bestel dit boek
|
|
Tjibbe Veldkamp - Agent en Boef (ill. Kees de Boer)
Leespluim van de Maand januari 2009
´De agent heet Agent, de boef heet Boef en de politiehond... precies! Daarover kunnen alvast geen misverstanden ontstaan. Het begin is meteen al hilarisch, maar laat je daardoor niet op het verkeerde been zetten. Een bijna huiselijke scène op het politiebureau, daarmee begint het verhaal. Achter tralies zit Boef te knutselen, aan de andere kant is Agent, met een schortje voor, bezig een sok te strijken. Dan nodigt Boef zijn bewaker uit om zijn plakwerkje te komen bekijken. Agent gaat erop in en trapt op het vloermatje dat Boef met lijm heeft ingesmeerd. Deze maakt van de verwarring gebruik er vandoor te gaan. Natuurlijk zet Agent meteen de achtervolging in, maar het is lastig lopen met een mat aan zijn voet. Maar Boef heeft een makkelijk te volgen spoor achtergelaten: tijdens zijn vlucht heeft hij van alles met lijm ingesmeerd. De kinderen op de speelplaats, een heer die ergens aanbelt, een verliefd paartje, een postbesteller, kortom, de hele maatschappij is ontwricht. Maar Agent is ook niet van gisteren, hij bedenkt een list, en ja hoor, Boef trapt erin. Dankzij Politiehond en tien rollen plakband wordt hij onschadelijk gemaakt en als een keurig ingepakt pakketje teruggebracht naar zijn cel. Een doldwaas verhaal waarin de illustraties op spettererende wijze de tekst aanvullen. Vergelijk de illustratie van de speelplaats met vastgeplakte juf en kinderen met die van dezelfde speelplaats iets verderop in het boek, of de botsing van Agent met een tuinman die een kruiwagen vol tuinkabouters voortduwt. En dan al die grappige details: het matje met ‘welkom´ erop in de cel, de tuinkabouter die in een vogelnest is terechtgekomen en hoeveel bananenschillen komen er in het verhaal voor. Wie het laatst lacht, lacht het best, of wie een kuil graaft voor een ander... en misschien weet u nog een passend spreekwoord bij dit verhaal te bedenken.
ISBN: 9789020980547
€ 9.95 bestel dit boek
|
|
Loek Koopmans - Het boompje
Juryrapport: Leespluim van de maand december 2008
Zo eindigt het verhaal: ‘En toen nam de moeder een boek en vertelde een verhaal. Een oud verhaal: “Er was eens een boompje, een mooi, gezond groen boompje...”’ Dat oude verhaal is afkomstig uit een gedicht dat de Duitse dichter Friedrich Rückert in de eerste helft van de negentiende eeuw schreef. Loek Koopmans bewerkte het tot een verhaal dat begint met: ‘Er was eens een boompje, een mooi, gezond groen boompje.’ De cirkel is rond. Op de illustratie bij die eerste zin krijgen we een bos te zien met grote oude bomen en daar tussenin een klein groen boompje. Een boompje dat, zo gaat het verhaal verder, niet gelukkig was, omdat het geen zachte groene blaadjes had, maar harde stekelige naaldjes. Het boompje wil mooi zijn en wenst zich gouden blaadjes. En zoals dat in oude verhalen gaat, die wens wordt vervuld. Maar gouden blaadjes wekken hebzucht op, een man plukt het boompje kaal. Glazen blaadjes dan, die tinkelen in de wind. Maar een storm waait ze in scherven. De zachte groene blaadjes die het zich vervolgens wenst, worden opgegeten door een geitengezin. Dan toch maar de eigen stekelige naaldjes. En zo geschiedt. Het wordt winter, Het gaat sneeuwen. Er komen een paar kinderen voorbij, ze zien het boompje en roepen: ‘... dit is wel het mooiste boompje van het bos.’ En het wordt nog mooier, want: ‘Vanuit de hemel viel een kleine ster... en bleef steken tussen de takjes van het boompje. ... Nu was het een echt kerstboompje!’ De kinderen zingen, dieren komen naderbij, het boompje is ingelukkig. Een winterverhaal dat eenvoud en warmte uitstraalt en ook nog iets te zeggen heeft over tevreden zijn met wie je bent. De royale illustraties, over twee pagina’s, laten steeds hetzelfde stukje bos zien, maar telkens zijn er verschillen die de sfeer doen veranderen. Een bos, een boompje, een kleine ster, wat dieren, twee kinderen en een moeder die een oud verhaal vertelt. Meer is er niet nodig.
ISBN: 9789062381258
€ 10.00 bestel dit boek
|
|
Chih-Yuan Chen - Kiekeboe
Leespluim van de Maand november 2008
Een zwanenei uitgebroed in een eendennest en hoe het toch allemaal goed komt. Andersen vertelt erover in ‘Het lelijke jonge eendje´. Maar een krokodillenei in dat eendennest, hoe moet dat aflopen? Voor moeder eend zijn alle kinderen haar even lief, de drie eendenkuikens en Kiekeboe, de jonge krokodil. De problemen komen van buitenaf als drie grote krokodillen het rustige leventje komen verstoren. Ze weten Kiekeboe ervan te overtuigen dat hij ook een krokodil is en dus moet zorgen dat ze de eenden als malse buit kunnen verschalken.
Kiekeboe komt in gewetensnood. Is hij net zo slecht als die gemene krokodillen, moet hij zijn eendenfamilie verraden? Om dat te voorkomen, bedenkt hij een slim plan: de volgende dag, als de drie krokodillen liggen te wachten op hun buit, komt Kiekeboe met de eenden aangelopen. Drie grote krokodillenbekken sperren zich gulzig open en... worden getrakteerd op een regen van grote stenen waarop ze hun tanden kapot bijten.
Inderdaad, een vleugje Andersen en een snufje ‘Roodkapje´, maar de kern van het verhaal is wel een heel andere. Kiekeboe komt voor een afschuwelijk dilemma te staan, aan wie moet hij loyaal zijn. Hij mag er dan van overtuigd zijn geraakt dat hij geen echte eend is, een slechte krokodil is hij zeker niet.
In de illustraties komt het verschil tussen het vredige eendenbestaan en de onheilspellende grimmigheid van de krokodillen scherp tot uiting in het kleurgebruik.
En let ook eens op het woordgebruik als de krokodillen op Kiekeboe inpraten, de valsigheid spat eraf. Kiekeboe mag dan aan het twijfelen zijn gebracht, uiteindelijk zegt zijn geweten hem wat hij moet doen.
ISBN: 9789026124013
€ 12.50 bestel dit boek
|
|
Elle van Lieshout - Schatje en Scheetje (ill. Mies van Hout)
Leespluim van de maand oktober 2008
Als dat geen ware liefde is: één paar sokken met z'n tweeën delen, ieder een sok. Zo zitten Schatje en Scheetje in boevenpak achter de tralies, maar ze maken niet de indruk ongelukkig te zijn, want ze hadden elkaars hart gestolen (en een paar blauwe sokken bij de sokkensuper, vandaar hun straf). Maar al vind je elkaar nog zo aardig, een cel blijft een cel, met kale, grauwe muren en geen uitzicht. Dat zou anders moeten zijn en onmiddellijk is Scheetje bereid daar iets aan te doen en aangezien hij zo mager is als een stopnaald kan hij tussen de tralies door de vrije wereld in, om even later terug te keren met een prachtig zon- en zeezicht dat precies op de celmuur past. En zo gaat hij er elke dag op uit en langzaam aan verandert de cel in een paradijsje. Maar ook aan een celstraf komt ooit een einde en op een goede dag - voor Schatje en Scheetje een kwade dag - worden ze vrijgelaten en staan ze buiten in de stromende regen: weg paradijsje. De oplossing ligt voor de hand: weer een paar sokken stelen. En ja hoor, even later zitten ze weer in hun oude vertrouwde cel. Een heerlijk dwaas verhaal.
Dat begint al met de namen van het tweetal: Schatje en Scheetje. Daar kun je al lekker om gniffelen. En het wordt nog eens zo dwaas door de illustraties van Mies van Hout. Schatje wordt geportretteerd als een gezellige mollige vrouw, het totale tegendeel van Scheetje, een lange dunne man met een kaal hoofd, die op ingenieuze wijze de buitenwereld in de cel weet te brengen. Dan zijn er nog twee muizen en een schilderend konijn die door het verhaal heenlopen. En in de sokkensuper, waar de diefstal plaatsvindt, zit een oud besje te breien aan een sok waar geen eind aan komt. Schatje en Scheetje begonnen het verhaal met elk één blauwe sok, aan het eind hebben ze allebei een blauwe én een rose.
Warme voeten, liefde voor elkaar en een beetje fantasie maken dat het leven de moeite waard is.
ISBN: 9789047700531
€ 13.95 bestel dit boek
|
|
Nannie Kuiper - Soms zie ik 1000 lichtjes (ill. Philip Hopman)
Leespluim van de maand september 2008
Straks is het weer Kinderboekenweek en het thema is dit jaar ‘Poëzie'. Het ligt dan voor de hand om te zoeken naar een boek met versjes en gedichtjes voor jonge kinderen. En dan liggen er ineens twee verzamelbundels van auteurs die hun sporen op het gebied van jeugdliteratuur ruimschoots verdiend hebben. Van Miep Diekmann de bundel Ik zie je wel, ik hoor je wel en van Nannie Kuiper Soms zie ik 1000 lichtjes. Een onmogelijke keuze, maar toen bleek dat beide bundels samen de leeftijdscategorie bestrijken voor wie de Leespluim bedoeld is, van de dreumesen en peuters voor wie Miep Diekmann schrijft tot de kleuters en prille schoolkinderen bij Nannie Kuiper. Van op de pot/ nee, de weecee/ maar jij moet mee/ want ik kan niet bij het licht tot Touwtje springen/ liedjes zingen/ ballen trappen, kauwgum klappen/ Je hebt vandaag heel veel plezier/ in het speelkwartier. Kort en goed: we reiken deze maand TWEE Leespluimen uit en brengen daarmee een eerbetoon aan de poëzie en de twee auteurs wier versjes en gedichtjes al zoveel kinderen (en volwassenen) plezier hebben bezorgd en dat nog steeds doen. Daar komt nog bij dat Diekmann en Kuiper met hun werk een grote bijdrage hebben geleverd aan de taalontwikkeling van jonge kinderen.
Op een speelse, vanzelfsprekende manier brengen ze de dagelijkse gebeurtenissen uit een kinderleven ter sprake. Bij Diekmann is het de eerste verkenning van de grote wereld: de trap oplopen, zelf eten, de straat oversteken, jarig zijn, met de tram mee. Dat alles in korte versjes die erom vragen te worden voorgelezen. Bij Kuiper zijn we een paar jaar verder en gaan vriendjes en vriendinnetjes een belangrijke rol spelen: ruzie op het schoolplein, prille liefde, je pestbui wegsnoepen, het kringgesprek in de klas, uit logeren, kleren kopen en bijna filosofische gedichtjes over tijd, dood en wie je eigenlijk bent. Voor thuis en in de klas, om nog eens over na te praten. Even vrolijk als de gedichtjes zijn de illustraties in beide boeken. Thé Tjong-Khing vormt met zijn kleine pentekeningen een ideaal duo met Miep Diekmann en Philip Hopman voegt aan de gedichtjes van Nannie Kuiper een speelse springerigheid toe.
Miep Diekmann en Nannie Kuiper; liefde voor kinderen, liefde voor de taal. We mogen hun dankbaar zijn.
ISBN: -
Dit boek is niet meer leverbaar.
|
|
Miep Diekmann - Ik zie je wel, ik hoor je wel (ill. Thé Tjong-Khing)
Leespluim van de Maand september 2008
Straks is het weer Kinderboekenweek en het thema is dit jaar ‘Poëzie'. Het ligt dan voor de hand om te zoeken naar een boek met versjes en gedichtjes voor jonge kinderen. En dan liggen er ineens twee verzamelbundels van auteurs die hun sporen op het gebied van jeugdliteratuur ruimschoots verdiend hebben. Van Miep Diekmann de bundel Ik zie je wel, ik hoor je wel en van Nannie Kuiper Soms zie ik 1000 lichtjes. Een onmogelijke keuze, maar toen bleek dat beide bundels samen de leeftijdscategorie bestrijken voor wie de Leespluim bedoeld is, van de dreumesen en peuters voor wie Miep Diekmann schrijft tot de kleuters en prille schoolkinderen bij Nannie Kuiper. Van op de pot/ nee, de weecee/ maar jij moet mee/ want ik kan niet bij het licht tot Touwtje springen/ liedjes zingen/ ballen trappen, kauwgum klappen/ Je hebt vandaag heel veel plezier/ in het speelkwartier. Kort en goed: we reiken deze maand TWEE Leespluimen uit en brengen daarmee een eerbetoon aan de poëzie en de twee auteurs wier versjes en gedichtjes al zoveel kinderen (en volwassenen) plezier hebben bezorgd en dat nog steeds doen. Daar komt nog bij dat Diekmann en Kuiper met hun werk een grote bijdrage hebben geleverd aan de taalontwikkeling van jonge kinderen.
Op een speelse, vanzelfsprekende manier brengen ze de dagelijkse gebeurtenissen uit een kinderleven ter sprake. Bij Diekmann is het de eerste verkenning van de grote wereld: de trap oplopen, zelf eten, de straat oversteken, jarig zijn, met de tram mee. Dat alles in korte versjes die erom vragen te worden voorgelezen. Bij Kuiper zijn we een paar jaar verder en gaan vriendjes en vriendinnetjes een belangrijke rol spelen: ruzie op het schoolplein, prille liefde, je pestbui wegsnoepen, het kringgesprek in de klas, uit logeren, kleren kopen en bijna filosofische gedichtjes over tijd, dood en wie je eigenlijk bent. Voor thuis en in de klas, om nog eens over na te praten. Even vrolijk als de gedichtjes zijn de illustraties in beide boeken. Thé Tjong-Khing vormt met zijn kleine pentekeningen een ideaal duo met Miep Diekmann en Philip Hopman voegt aan de gedichtjes van Nannie Kuiper een speelse springerigheid toe.
Miep Diekmann en Nannie Kuiper; liefde voor kinderen, liefde voor de taal. We mogen hun dankbaar zijn.
ISBN: 9789045106212
€ 13.50 bestel dit boek
|
|
M. Rinck - Ik voel een voet
Juryrapport: Leespluim van de maand augustus 2008
Het is nacht en pikdonker. In een hangmat slapen vijf dieren: Schildpad, Vleermuis, Octopus, Vogel en Bok. Dan schrikt Schildpad wakker van een vreemd geritsel en fluistert: “Horen jullie wat ik hoor?” Consternatie in de hangmat. Die zwabbert heen en weer en de dieren vallen op de grond. Dicht bij elkaar blijvend gaan ze op onderzoek uit. Schildpad is de eerste die het ritselding dapper maar voorzichtig benadert. Zien doet hij niet, maar hij voelt iets: een voet! Een voet die op de zijne lijkt maar dan supergroot. Het geritsel moet dus van een supergrote schildpad komen. Vleermuis fladdert op en komt terug met de mededeling dat hij een enorme vleugel heeft gevoeld. Een heel grote vleermuis dus. Even later voelt Octopus een grote tentakel, Vogel een geweldige snavel en Bok een reusachtige sik. Conclusie: het ritselding is een Schild-Muis-Octo-Vogel-Bok. Dan barst er ineens een trompetterend gelach los en iedereen weet meteen: Olifant! Die verklaart hoe het kwam dat de dieren zich zo vergisten: ze dachten allemaal iets van zichzelf te herkennen. Het eindigt ermee dat ze tenslotte met z’n zessen in de hangmat liggen. En dan fluistert Olifant: “Horen jullie wat ik hoor?” Gauw naar de volgende bladzijde. Die is zwart, pikzwart als een nacht zonder maan en sterren. De lezer kan nu zijn eigen fantasie aan het werk zetten.
Het verhaal dat op een eeuwenoude afkomst kan bogen heeft in dit prentenboek een eigentijdse vorm gevonden. Het klinkt wat tegenstrijdig om een boek waarin het zwart zo dominant is als een feest van veelkleurigheid te bestempelen. Je hoeft maar een willekeurige bladzijde op te slaan om daarvan onmiddellijk overtuigd te zijn.
ISBN: 9789047700265
€ 13.95 bestel dit boek
|
|
Imme Dros - Pissebed Fred
Leespluim van de Maand juli 2008
Kinderen die een poes, hond, cavia of konijn als huisdier hebben – of willen hebben – daar is niets opzienbarends aan. Maar een jongetje van vier met een pissebed als huisdier, da’s een ander verhaal. Bas kent de afwijzende antwoorden van zijn moeder als hij zijn huisdierwensen kenbaar maakt. Als hij zijn oma, bij wie hij logeert en die een huis met een tuin heeft, vraagt waarom zij geen huisdier heeft is het ontnuchterende antwoord dat ze niet aan huis gebonden wil zijn. Oma houdt van reizen. Bas mag wel in de tuin werken en daar vindt hij een pissebed; net een ridder met een harnas. Hij is meteen verliefd op het diertje van nog geen twee centimeter. Hij voert er hele gesprekken mee, richt een schoenendoos als onderkomen in en sjouwt Fred, zoals hij zijn huisdier inmiddels genoemd heeft, overal mee naartoe en laat hem de wereld zien. Dan komt het moment dat Bas weer naar huis moet en oma beslist dat Fred niet mee kan. Schreeuwend en stampvoetend staan ze tegenover elkaar zodat zelfs de buurvrouwen ervan opkijken. Uiteindelijk weet oma Bas ervan te overtuigen dat Fred op een flat in de stad geen leven heeft. Bas kan altijd komen logeren om zijn Fred te ontmoeten. Na een paar dagen bezorgt de postbode een kaart voor Bas, van ‘je huisdier, Pissebed Fred’. Een dankbaar onderwerp op een wel heel originele manier uitgewerkt. Trefzeker staat de onbevangen kinderlijke logica van Bas tegenover de zakelijke redeneringen van de volwassenen. Vertederend zijn de tekeningen, vooral waar ze de omgang van Bas met zijn huisdier weergeven. Een heerlijk, hartverwarmend prentenboek.
ISBN: 9789045105833
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
David LaRochelle - Ik wil een hond
Leespluim van de Maand juni 2008
Juryrapport:
In hoeveel gezinnen zal deze vraag tot vervelens toe herhaald zijn? Ook het jongetje uit dit prentenboek weet van zeuren. Op maandag vraagt hij het zijn moeder terwijl ze aan het fitnessen is, op dinsdag tijdens de afwas, op woensdag bij het strijken. Moeders antwoord varieert van: ‘Honden zijn vies, Ze maken rommel, Honden blaffen, Ze maken herrie’ tot het definitieve: ‘Ik wil geen hond in huis!’ Op donderdag, moeder zit op de bank een kopje koffie te drinken, komt de onverwachte vraag: ‘mag ik dan een draak?’ In een onbewaakt ogenblik geeft moeder het antwoord dat u misschien ook wel gegeven zou hebben in zo’n situatie, al was het maar om van het gezeur af te zijn: ‘Als je er een kunt vinden, mag je hem hebben.’ Draken liggen niet voor het oprapen, maar het jongetje vindt er een. Een lange magere draak met hoed en zonnebril. Een draak als huisdier, maar dat blijkt geen succes. Hij zet het hele huishouden naar zijn hand, tot groot ongenoegen van moeder en te oordelen naar zijn gelaatsuitdrukking is ook het jongetje er niet gelukkig mee. De draak laat zich echter niet het huis uitzetten. Dan speelt het jongetje zijn laatste troef uit. ‘Draken zijn bang van honden’ en daarmee gaat zijn moeder overstag. Zodra er zich een hond aandient, is de draak verdwenen. Moeder blij en jongetje blij. Maar let nu eens op jongetje en draak zoals ze op de voorlaatste bladzijde staan: was het doorgestoken kaart? Het verhaal dat in de ik-vorm is geschreven, geeft kleuters volop gelegenheid zich met het jongetje te vereenzelvigen. Diens houding en gelaatsuitdrukkingen spreken duidelijke taal. En dat de frisse illustraties wellicht nostalgische gevoelens bij u oproepen, hoeft u niet te verwonderen. Denk maar eens aan de Gouden Boekjes.
ISBN: 9789047700272
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Annette Fienieg - Een speurtocht door het jaar
Leespluim van de Maand mei 2008- juryrapport
Waar moet je beginnen? Er valt zoveel te zien op de grote kijk- zoek- en praatplaten. Vier royale platen over lente, zomer, herfst en winter, elk over twee pagina’s. Op elke plaat staan tal van kleine verhaaltjes die iets te maken hebben met het betreffende jaargetijde. Bovendien zijn er rond elke plaat allerlei dingen afgebeeld die je in de grote plaat kunt terugvinden. Zo zien we rond de lenteplaat onder andere een nestkastje, een vlinder, een sok, een tuinkabouter, een fiets, een dweil… Neem nou die dweil. Voor een peuter of kleuter niet het meest voor de hand liggende voorwerp. Waar is die dweil op de grote plaat terug te vinden? Het is even zoeken, maar dan vinden we hem hangend over de rand van een emmer en vlakbij is een vrouw in de weer met een bezem. Het verhaaltje dient zich aan: de vrouw is aan het schoonmaken want: een nieuwe lente en een schone stoep. En zo staat alles op de plaat in het teken van het centrale thema: lente. De bloesems aan de bomen, de ooievaar op zijn nest, de eendjes in de vijver, veel spelende kinderen, perkjes met bloemen – let eens op het jongetje dat verontwaardigd wijst naar een meisje dat bloemetjes plukt –, twee vriendinnen, die een pasgekochte zomerjurk bewonderen, het prijskaartje hangt er nog aan, een vrijend paartje, oude mensen die tevreden van het zonnetje genieten en overal kleine details die de aandacht trekken. Op dezelfde wijze komen ook de drie andere jaargetijden aan bod. En dan, als een bijzonder toetje, een vijfde plaat: ‘Het jaar door elkaar’. Op een hilarische manier zijn daar lente, zomer, herfst en winter door elkaar gehusseld. Kortom, een boek dat volop mogelijkheden biedt aan kinderen en volwassenen om samen te kijken, te zoeken en vooral te praten. Maar voordat u aan het boek begint, moet u eerst even lezen wat er op de achterkant van het omslag staat.
ISBN: 9789058780461
€ 9.90 bestel dit boek
|
|
Lida Dijkstra - Eén muisje kan geen optocht zijn
Juryrapport: Leespluim van de maand april 2008
Het zijn altijd weer de grote mensen die het plezier bederven. Willemijn heeft zich al helemaal ingeleefd om met haar poes op de step een optocht te zijn als mama de ontnuchterende woorden spreekt: “Nee, Willemijn, één muisje kan geen optocht zijn.” Voor Willemijn is meteen alle aardigheid eraf en verdrietig stept ze dan maar een blokje om. Zo verdrietig dat ze niet ziet wat er inmiddels om haar heen gebeurt. Blind voor de twee hazen op een tandem die achter haar aan fietsen, de doedelzak spelende drie ganzen die daarbij aansluiten, de vier biggetjes, de vijf kangoeroes, de zes struisvogels, de zeven chimpansees, de acht panda’s, de negen vlinders, de tien kippen en, als sluitstuk, een groengespikkeld wangedrocht. Zonder dat Willemijn er iets van heeft gemerkt is er een heuse optocht ontstaan. Als ze dan thuiskomt en tegen haar moeder klaagt dat ze zich verveeld heeft en toch liever een optocht wou zijn – alle dieren staan inmiddels in de tuin – lijkt het wel of ze nog steeds niets in de gaten heeft. De optocht hebben we al kijkend en lezend langzaam zien ontstaan: een feestelijk getekende menagerie, rijkelijk voorzien van bloemen en begeleid door vierregelige versjes. Aan het eind van het verhaal zien we op een uitklappagina alle deelnemers bijeen, een feestelijke groepsfoto. Tegelijkertijd is het prentenboek ook nog een onnadrukkelijk en speels telboek waarbij de cijfers op uiteenlopende manieren in de illustraties zijn opgenomen. Is het niet heerlijk om als lezer in de gaten te hebben wat Willemijn ontgaat?
ISBN: 9789025742119
€ 12.50 bestel dit boek
|
|
Ian Falconer - Olivia (Gouden Boekje)
Juryrapport Leespluim van de maand maart 2008
Een stevige kartonnen kaft, bijna vierkant, typerend voor de serie, een gouden rugbandje. Een Gouden Boekje dus. Al meer dan een halve eeuw een begrip in de wereld van het kinderboek. Met onvergetelijke titels als Sloffie Sleepboot, De gele taxi en de Vijf brandweermannetjes. En nu dan Olivia. Een gedecideerd biggetje dat in haar doen en laten sterk doet denken aan een kleutermeisje. Met alle hebbelijkheden die daarbij horen. Zoals bijvoorbeeld het eindeloze getut bij het aankleden. Zeventien kostelijke miniatuurportretjes laten Olivia zien terwijl ze daarmee bezig is. Ze is ambitieus en niet zo’n beetje ook. Een zandkasteel bouwen op het strand, bij Olivia wordt het een metershoog replica van een wolkenkrabber. Bekijkt ze in het museum een schilderij van Degas met dansende ballerina’s, dan ziet ze zichzelf al optreden in een glansrol. Op een abstract schilderij van Pollock is haar reactie: ‘Dat kan ik ook’ en vervolgens voorziet ze thuis de kamer van een wild lijnenspel. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de gewone spelletjes en bezigheden waar niet alleen Olivia zelf, maar ook haar omgeving nu en dan doodmoe van wordt. Maar zonder problemen naar bed gaan en meteen in slaap vallen… Nee, eerst moet er onderhandeld worden over hoeveel boekjes mama moet voorlezen. Niettemin, een hartverwarmend ogenblik van intimiteit. Olivia mag dan een biggetje zijn, kinderen en ouders zullen er veel in herkennen. De illustraties bewegen zich speels over de pagina’s in een beperkt, maar effectief kleurenpalet: grijs, rose, en rood. Tekst en illustraties vormen in hun eenvoud een harmonieus geheel.
ISBN: 9789054449096
€ 5.95 bestel dit boek
|
|
Thé Tjong-Khing - De sprookjesverteller
Leespluim van de maand februari 2008
In de titel van het boek valt natuurlijk meteen het woord ‘sprookjes’ op, maar ‘verteller’ is minstens zo belangrijk. Want het is allemaal begonnen met vertellen, in tijden dat er van boeken nauwelijks en van films, strips en dvd’s helemaal geen sprake was. En altijd klonken de vertelde verhalen weer anders want iedere verteller voegde er als vanzelf kleine veranderingen aan toe. Zelfs toen de sprookjes op papier waren vastgelegd ontstonden er tientallen versies van de bekende verhalen: van zoetsappige, krachtloze navertellingen tot wetenschappelijk verantwoorde uitgaven. En nu is daar Thé Tjong Khing met een verzameling van elf sprookjes die hij, hoe kan het ook anders, zelf geïllustreerd heeft. Het boek begint met ‘De nieuwe kleren van de keizer’ van Andersen en eindigt met ‘Klein Duimpje’ van Perrault. Daar tussenin klassiekers als ‘Sneeuwwitje’, ‘Assepoester’, ‘Doornroosje’ en ‘Roodkapje’ van de gebroeders Grimm. En net als de oude sprookjesvertellers voegt ook de hedendaagse verteller zo nu en dan een eigen opmerking in het verhaal, zoals in ‘Sneeuwwitje’. Ze is na een vlucht over de bergen doodmoe aangekomen bij het huisje van de dwergen en dan staat er: “(Ja wat wil je, als je zo hard over zeven bergen hebt gerend!)”. De verhalen laten zich prettig voorlezen en dat is tenslotte ook de ideale manier om de kinderen kennis te laten maken met een Europees cultuurgoed. En dan de illustraties: een van de kostelijkste is wel die van de keizer die zijn nieuwe kleren aan de bevolking toont. Een stoet van hovelingen met uitgestreken gezichten en, onder een baldakijn, een piemelnaakte keizer, nou ja, hij heeft een hoed op en schoenen aan.
Een sprookjesboek met respect voor jonge kinderen en voor de sprookjes; om lang en gelukkig te lezen.
ISBN: 9789025742256
€ 17.50 bestel dit boek
|
|
Wouter van Reek - Keepvogel: De Kijktoren
Juryrapport: Leespluim van de maand januari 2008
Keepvogel, altijd een rood jasje aan met de capuchon over zijn kop, is een bevlogen figuur. Niet altijd even praktisch in zijn doen en laten, maar juist daardoor kunnen er onverwachte dingen gebeuren. Zoals nu. Zijn huisgenoot Tungsten, een ondefinieerbare hond, wil zijn verzameling etiketten inplakken. Keepvogel krijgt meteen de geest en wil ook gaan plakken, pakt de lijm van Tungsten af en gaat dan bedenken wat hij zal plakken. Misschien valt er iets te repareren aan het dak. Het is niet kapot, maar het zou wel eens kunnen gaan lekken. Als Keepvogel ergens aan begint, is het eind nog niet in zicht. Dan komt van het een het ander. Na wat geklungel op het dak bedenkt hij dat hij er een tafel overheen kan plaatsen. Hij sleept de tafel onder Tungstens handen vandaan, plaatst hem boven de plek waar het zou kunnen gaan lekken en merkt dan dat hij een prachtige uitzichtplek heeft. En als hij er nog een krukje bovenop zet kan hij nog verder kijken en zo ontstaat er een gigantische stapeling van huisraad. Tot de kijktoren zo hoog is dat Keepvogel bijna de wolken kan raken. Nog een ladder erbij, en ja, hij heeft de wolken aangeraakt. Dan steekt de wind op en het onvermijdelijke gebeurt: het hele bouwsel stort in elkaar. Intussen heeft Tungsten zijn verzameling op de grond uitgelegd en zit te dubben of hij nu van klein naar groot moet ordenen of rond bij rond en vierkant bij vierkant. Als hij eindelijk een beslissing neemt en wil gaan plakken, merkt hij pas dat het huis leeg is en Keepvogel nog steeds de lijm heeft. Als hij buiten gaat kijken, kan hij nog net het droevige einde van de kijktoren aanschouwen. En dat al het huisraad nu in de regen ligt, is volgens Keepvogel heel handig, dan spoelt alles mooi schoon.
Een paar stevige lijnen en wat kleur zijn voldoende om Keepvogel en Tungsten te karakteriseren. Helder en grappig, dat gaat zowel op voor de tekeningen als voor de tekst. En hoe beeldend staan hier de letterlijk hemelbestormende Keepvogel en de nuchtere Tungsten tegenover elkaar. Een bijgevoegde poster van bijna anderhalve meter lang laat, minutieus getekend, alle onderdelen zien waaruit Keepvogel zijn kijktoren opbouwde. Doe het hem maar eens na.
ISBN: 9789025851002
€ 11.50 bestel dit boek
|
|
Audrey Poussier - Mijn trui
Juryrapport: Leespluim van de maand december 2007
Zelfs peuters hebben vaak al een uitgesproken mening over bepaalde kledingstukken: te klein, verkeerde kleur, te warm of, het ergst van al, het kriebelt. O, die ellendige kriebeltrui, een trui zoals die aan het begin van dit verhaal staat; die prikt, te klein en stom is. Dikke tranen van ellende bij de drager ervan, een jong haasje. Maar dan komt er een muis aan en die vindt het juist een leuke trui en wil hem wel eens aan. Veel te ruim natuurlijk. De kip ziet er een mooie jurk in. Weer wisselt het kledingstuk van drager. Maar het past de kip van geen kanten. Het schaapje ziet er een leuk hemdje in, maar krijgt het niet over zijn kop. Vandaar dat de ezel roept: ‘Hé, een muts!’ En zo verhuist de trui van het ene dier naar het andere, telkens verandert hij van naam en wekt steeds meer de lachlust van de dieren op. Met het plezier van de dieren stijgt echter de boosheid van het haasje. Het is tenslotte zíjn trui en hij kan het niet verdragen dat de anderen er zo respectloos mee omgaan. Als dan de olifant zich aan de trui vergrijpt, is de maat vol en het haasje laat een krachtig ‘Hou op!’ horen. Om vervolgens zijn eigen trui weer aan te trekken, die intussen danig uitgerekt is. Tevreden loopt hij in zijn slobberige trui weg, de andere dieren verbluft achterlatend.
Uit het leven gegrepen en op vermakelijke wijze in woord en beeld verteld. De dieren zijn raak getypeerd en hun collectieve hilariteit staat haaks op de stijgende verontwaardiging. Opmerkelijk is het ontbreken van enige achtergrond in de illustraties, zodat alle aandacht geconcentreerd wordt op de trui en de dieren met hun emoties.
Een robuust kartonnen boek – met veilig afgeronde hoeken – dat tegen vele malen lezen bestand is. Voor alle peuters met kriebeltruien.
ISBN: 9789000037643
€ 8.95 bestel dit boek
|
|
Sylvia Vanden Heede - Een buur voor Vos en Haas
Juryrapport: Leespluim van de maand november 2007
Een sinister geluid midden in de nacht. Vos en Haas schrikken wakker. Oehoe oehoe, klinkt het. Een spook, een dief? Als ze buiten poolshoogte nemen, zien ze lichtjes branden achter de raampjes van de boom vlakbij hun hol en het bordje Te huur is weg. Weer dat geluid en nu zien ze wie het veroorzaakt, hun nieuwe buurman, Uil. Hij nodigt Vos en Haas uit in zijn boomhuis. Daar staat het vol verhuisdozen met merkwaardige opschriften: krom, schatten, garderobe, saai, troep en zo meer. Vos en Haas bieden aan een handje te helpen en Uil zegt dat ze wat mogen uitzoeken, want hij heeft teveel spullen. Terwijl Vos begint met uitpakken, brengt Haas het huis op orde en zet Uil thee. En wij lezers krijgen een glimp te zien van wat er in de verhuisdozen zit. Het zijn de spullen die je in ieder huishouden aantreft. Alleen heeft Uil ze op een geheel eigen wijze gerubriceerd. Als Vos en Haas na een gezellig theekransje weer naar hun hol terugkeren, staat de volle maan boven het bos. Uil kijkt ze na en zegt zachtjes, zodat ze niet zullen schrikken: oehoe, oehoe.
Een buur voor Vos en Haas is in de eerste plaats een kijkboek. De zes royale illustraties, telkens over twee pagina’s nodigen daartoe uit. En er is veel te zien. De dreiging van het nachtelijke bos met het vreemde geluid is haast voelbaar, net als de knusse warmte in het huis van Uil. Het is ook een stevig boek, de kartonnen pagina’s met afgeronde hoeken kunnen tegen een stootje. Het meeste plezier beleef je toch wel aan de uitgebreide inventaris van de verhuisdozen. Daar is een leuk spelletje mee te doen. Laat de kinderen maar eens bedenken wat er in de doos met ‘schatten’ erop zou kunnen zitten, of in de doos met ‘saai’.
ISBN: 9020966146
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Michelle Knudsen - Niet brullen in de bieb!
Leespluim van de Maand oktober 2007
In biologieboeken zul je er niets over vinden. Daarom is het maar goed dat er prentenboeken zijn. Nu weten we tenminste dat leeuwen van voorlezen houden. Puur toeval dat een echte grote leeuw op een dag de bibliotheek binnenliep, wat langs de boeken snuffelde en in slaap viel in de voorleeshoek. En toen het voorleesuurtje begon met aandacht luisterde. De leeuw genoot er zo van dat hij na afloop nog meer wilde en dat door luid gebrul te kennen gaf. Dat kwam hem op een standje van de bibliothecaresse, mejuffrouw Slingelandt te staan. Een leeuw in de bieb is tot daaraan toe, maar regels zijn regels: niet brullen in de bieb! Vanaf dat moment is de leeuw een vertrouwde dagelijkse bezoeker, die zich nuttig maakt met afstoffen van boeken, likken van enveloppen voor mejuffrouw Slingelandt, kinderen bij hoge boekenplanken helpen en natuurlijk naar het voorlezen luistert. Alleen meneer Van Puffelen van de uitleenbalie heeft het niet zo op de leeuw. Als dan ook op een dag de leeuw naar hem toekomt om hem duidelijk te maken dat mejuffrouw Slingelandt een lelijke val heeft gemaakt, doet hij of hij hem niet ziet. Met een vreselijke brul trekt de leeuw ten slotte de aandacht en loopt vervolgens de bieb uit. Hij beseft dat hij zich niet aan de regels heeft gehouden. De volgende dag, de dag daarna en de dag daarna; geen leeuw in de bieb. De stemming is bedrukt en Van Puffelen voelt dat hij iets moet doen. Gelukkig vindt hij de leeuw en zegt hem dat de regels veranderd zijn: verboden te brullen tenzij... Want soms is er een goede reden om je niet aan de regels te houden. Het is even wennen, maar het is best gezellig, een leeuw in de bieb. Zo’n leeuw waar de kinderen lekker tegenaan kunnen zitten. De warmte straalt van de tekeningen af. Het is ook een genoegen om de verschillende gelaatsuitdrukkingen van de leeuw en de kinderen te beschouwen; een verhaal op zichzelf. En de moraal is mooi meegenomen.
ISBN: 9789025742300
€ 12.50 bestel dit boek
|
|
Ole Könnecke - Anton kan toveren
Juryrapport: Leespluim van de maand september 2007
Anton kan toveren want hij heeft een toverhoed. Zo simpel is dat. Het hoofddeksel heeft iets tulbandachtigs en is versierd met een witte veer. Maar de proef op de som moet nog genomen worden. Waarom niet een boom weggetoverd? Anton trekt de toverhoed over zijn ogen, maakt tovergebaren en... de boom staat er nog. Te groot misschien. Dan maar het vogeltje dat op een tak zit. Het ritueel herhaalt zich en als Anton opkijkt is het vogeltje verdwenen. Weggetoverd. Wat Anton niet gezien heeft maar de lezer wel: het vogeltje is gewoon weggevlogen. Maar Anton is er nu heilig van overtuigd dat hij kan toveren en hij besluit zijn vriendje Lucas weg te toveren. Lucas heeft zo zijn twijfels aan Antons toverkunst: ‘Kan je echt niet’, zegt hij. ‘Kan ik echt wel’, zegt Anton. Weer de toverhoed over zijn ogen en de gebaren. En ja hoor, Lucas is weg. De lezer heeft op de illustratie Lucas weg zien lopen. Voor Anton is de meesterproef gelukt. De vreugde is echter van korte duur, want nu is zijn vriendje weg. Daar is het vogeltje weer. Zou Lucas veranderd zijn in een vogeltje? Anton vangt het onder zijn toverhoed. Op dat moment komen zijn vriendinnetjes én Lucas aanlopen. Ze zijn op zoek naar Laura’s vogel die weggevlogen is. Geen probleem, Anton tovert het wel terug. Scepsis bij Lucas, maar die slaat al gauw om in bewondering als Anton zijn toverhoed afneemt: daar is Laura’s vogeltje. Inderdaad, Anton kan toveren.
Het verhaal is een toonbeeld van eenvoud en helderheid. De tekst onder de illustraties is tot het uiterste beperkt maar zeer effectief. De illustraties, waarin de kleuren bruin en geel domineren laten de essentie zien. De combinatie van die twee levert een kostelijk verhaal op. Met als grappig element dat de lezer net iets meer weet dan Anton.
ISBN: 909021352X
€ 12.50 bestel dit boek
|
|
Sean Taylor & Nick Sharratt - Als er een monster is geboren (vertaling Paul Biegel)
Juryrapport: Leespluim van de maand augustus 2007
Monsters zijn er in soorten en maten. Je hebt monsters die zich diep in de bossen ophouden; daar hebben we nauwelijks last van. Anders is het gesteld met een onder-je-bed-monster, dat komt wel heel dichtbij. Als er een monster onder je bed zit, kunnen er twee dingen gebeuren: of hij eet je op, en dan is het verhaaltje uit, of je wordt vriendjes en hij gaat mee naar school. Ook dan kunnen er weer twee dingen gebeuren: of hij speelt mee in het schoolelftal, of hij eet het schoolhoofd op. Als hij het schoolhoofd opeet, kunnen er twee... U snapt het al, het verhaal gaat onvermoeid in deze trant verder. Telkens twee mogelijkheden en bij iedere keus weer twee nieuwe mogelijkheden. Zoals te verwachten valt zijn het typische monsterkeuzes. Al lezend vraag je je af hoe dit verhaal moet eindigen. Een tipje van de sluier opgelicht. Op een gegeven ogenblik ontstaat er iets romantisch en als gevolg daarvan kan alles weer van voor af aan beginnen. Voor alle zekerheid dus toch maar even onder het bed kijken.
Een knettergek boek en dat wordt nog eens benadrukt door de uitbundig gekleurde illustraties en de wilde typografie. Het mag dan over monsters gaan, ze blijven in ieder geval binnen de bladzijden. Als er dan ook nog een volwassene is om het verhaaltje voor te lezen, valt er helemaal niets te vrezen. En dan te bedenken dat de tekst gebaseerd is op een traditioneel Braziliaans gedicht met als titel: ‘Als er een baby is geboren...’ Hoe zou dat gedicht verlopen?
ISBN: 9789025110178
€ 11.90 bestel dit boek
|
|
Fiona Rempt & Noëlle Smit - Supervrienden
Juryrapport Leespluim van de Maand juli 2007
Dat ook dieren jarig zijn, mag algemeen bekend worden geacht. En dat ze hun verjaardag vieren, is in menig prentenboek terug te vinden. Supervrienden gaat over zo’n verjaardagsfeest. Slak is jarig en dat wordt gevierd, met ballonnen, slingers en spelletjes. Helaas, met die spelletjes kan Slak niet meedoen, daar is hij te langzaam voor. Er is ook taart. In één keer blaast Slak alle kaarsjes uit en hij mag dus een wens doen. Hij doet een bijzondere wens. (Slak spreekt zijn wens niet hardop uit. Vraag eens aan de kinderen of ze denken te weten wat hij gewenst heeft.) Dan is het tijd voor de cadeautjes. Van de gezamenlijke eenden krijgt hij een soort overhuifde stoel. Maar dan: dennennaaldenspijkers van Mier, van de familie Bever perfect geschaafde planken, van Mol iets dat op ski’s lijkt en zo gaat het nog even door. De dieren raken door het dolle heen en bij Slak wordt het vraagteken steeds groter. Maar hij voelt zich met al die cadeaus erg jarig en dankt de dieren van harte. Dan roept Bever: ‘Kom op vrienden, aan het werk!’ Tot Slaks grote verbazing bouwen de dieren met hun cadeaus een trapauto. De grote bijzondere wens van Slak is in vervulling gegaan.
Een verjaardagsfeest met cadeautjes is voor kinderen zonder meer al een bijzonder onderwerp. De makers van dit prentenboek hebben er wel een heel verrassende draai aan gegeven. Het plezier dat de dieren hebben bij de verwezenlijking van hun plannetje straalt van de illustraties af. De dieren op de frisgekleurde tekeningen zijn dieren gebleven. Hoe langer je naar de illustraties kijkt, hoe meer grappige details je ontdekt. Een superprentenboek
ISBN: 9025741371
€ 10.95 bestel dit boek
|
|
Rindert Kromhout & Annemarie van Haeringen - Kleine Ezel en het boebeest
Juryrapport: Leespluim van de maand juni 2007
Het stormt, en niet zo’n beetje ook. Een woeste westenwind rukt de sokken die mamma Ezel gewassen heeft van de waslijn. Echt vliegerweer vinden Kleine Ezel en zijn vriendje Jakkie. Maar dan komt Kleine Ibis eraan met zijn rode kiepauto – begeerlijk bezit – en Jakkie mag meespelen. Kleine Ezel gaat dan maar naar huis en daar is alles in rep en roer. De sok van Maraboe is zoek. Wat staat mamma Ezel te wachten van dat verschrikkelijke beest met zijn afschuwelijke stem, het boebeest? Kleine Ezel aarzelt niet, hij gaat op zoek naar de sok. Hij wil niet dat Maraboe boos wordt op zijn moeder. In het bos vindt hij de sok terug en staat ineens voor een vreemd groot beest op een vuilnisbelt: Maraboe. Een merkwaardige ontmoeting. Maraboe blijkt behept met een enorm schaamtegevoel: hij wil niet zonder sokken gezien worden. Daarom brengt hij ze ’s nachts naar de wasserij en haalt ze ook ’s nachts weer op. Kleine Ezel laat in het gesprek vallen dat hij zo graag een kiepauto heeft om daarmee zijn vriendje terug te krijgen. Vriendje, dat woord maakt veel los bij Maraboe. Hij heeft altijd een vriend willen hebben. Kleine Ezel is nog niet goed en wel thuis of Maraboe komt aangevlogen met een kiepauto in zijn vleugels. De vriendschap is bezegeld en als ze even later samen zitten te spelen en Jakkie komt langs hebben ze even geen tijd voor hem.
Kleine Ezel is geen onbekende in prentenboekenland. Al eerder verschenen enkele boeken over hem. Boeken die meer zijn dan een verhaaltje met plaatjes erbij. Tekst en tekeningen vertellen samen het hele verhaal. Zo begrijp je als het over de zoekgeraakte sok van Maraboe gaat dat die in de storm moet zijn weggewaaid, dat liet immers de eerste illustratie zien. En de kiepauto die Kleine Ezel krijgt wordt op de vuilnisbelt al aangekondigd.
Storm, afgewezen door vriendje, zoekgeraakte sok, angst voor het boebeest, eenzaam op een vuilnishoop, het is niet mis wat er allemaal in het prentenboek ter sprake komt. Maar het einde is positief als de eenzame Maraboe een vriendje vindt in Kleine Ezel.
ISBN: 9025850375
€ 13.50 bestel dit boek
|
|
Marian de Smet & Marja Meijer - Broertje te koop
Juryrapport: Leespluim van de maand mei 2007
Loes is kwaad, daar laat de eerste illustratie meteen al geen twijfel over bestaan. Boze blik, armen voor de borst gevouwen en op de grond de oorzaak van haar boosheid: ‘een monstertje. Een mini-monstertje’. Wie of wat dat wel mag zijn? Haar broertje, ooit klein en lief, maar nu... Alles wat Loes met zorg maakt, bedenkt of doet, weet hij in de kortste keren te bederven. In het bad moet ze ook nog altijd op het dopje zitten – en dat prikt in haar billen. Mama mag dan wel zeggen dat hij nog zo klein is, maar voor Loes is de maat vol. Kordate oplossing: ze plakt broertje vol postzegels en wil hem op de post doen. Maar broertjes passen niet in de brievenbus, zelfs al zijn ze voldoende gefrankeerd. Hem in de vuilnisbak stoppen, blijkt ook niet te werken, dus zet ze broertje maar te koop op de stoep. Gelukkig is er buurjongen Bram die graag een broertje wil. Voor Loes lijkt nu een paradijselijke tijd aan te breken. Alles wat ze leuk vindt, kan ze ongestoord doen. Maar ’s avonds in het bad broertjes rug en haartjes wassen, samen in de grote handdoek, dat is er niet meer bij. En ook geen kusjes meer. Nu is het Bram die daarvan geniet. Loes bedenkt zich geen ogenblik en haalt haar broertje terug. Hij mag dan een minimonstertje zijn, maar dan wel haar eigen minimonstertje.
Herkenbaar kinderlief en -leed is hier op een plezierige manier uitvergroot. De ergernis tussen de twee kinderen is heel reëel, maar de lezertjes zullen ongetwijfeld het hilarische van de maatregelen van Loes onderkennen. De wisselende emoties zijn in de grote, stevige illustraties goed weergegeven met de aanstekelijke vrolijkheid van broertje voortdurend op de achtergrond. Een verhaal met humor en volop aangrijpingspunten om met kleuters in gesprek te gaan. Over de omgang van broertjes en zusjes met elkaar bijvoorbeeld. Of over wat in het verhaal wél, maar in het echt niet kan.
ISBN: 9044805533
€ 13.95 bestel dit boek
|
|
Nicola Smee - Klipperdeklop
Juryrapport Leespluim van de Maand april 2007 (2 +):
Als je met baby’s of peuters versjes en liedjes speelt met sterke ritmische herhalingseffecten, ‘Hop hop paardje’ bijvoorbeeld, kan het er niet wild genoeg aan toegaan en beleven ze eindeloos plezier aan ‘nog een keer’. En dan is er ineens een prentenboek dat daar helemaal op inspeelt: Klipperdeklop. Meneer Paard wil een ritje gaan maken en nodigt Poes uit om op zijn rug mee te rijden. Klip-klop, klipperdeklop... Rustig stapt Paard voort en als Hond vraagt of hij er ook bij mag, is het antwoord: ‘Hopla, spring er maar op’. Even later voegen Big en Eend zich bij het gezelschap en met de vier dieren op zijn rug gaat de rit verder: Klip-klop, klipperdeklop. Dan vragen de vier dieren of het niet wat sneller kan. Geen enkel bezwaar, als ze zich maar goed vasthouden. Meneer Paard zet zich in gestrekte draf en sneller, sneller, steeds sneller gaat het. Poes, Hond, Big en Eend genieten volop, maar op een gegeven ogenblik dreigen ze van de rug af te vallen. ‘Stop’, gillen ze. Meneer Paard maakt een noodstop en de dieren vliegen in een sierlijke boog over zijn hoofd en landen in een hooiberg. ‘Nog een keer’, roepen ze en daar gaan ze weer op de rug van Meneer Paard, Klip-klop, klipperdeklop.
De forse ingekleurde tekeningen trekken terecht alle aandacht naar zich toe. Daarnaast werkt de typografie een stevig woordje mee om de tekst kracht bij te zetten. Hoe spannender het wordt, hoe krachtiger het lettertype. Dan zijn er ook nog de herhalingen, eenvoudig van tekst en dus heel gauw op te pakken door de kleintjes. En wat is er leuker dan al een beetje meelezen.
ISBN: 9025741142
€ 10.50 bestel dit boek
|
|
Mylo Freeman - Prinses Arabella is jarig
Juryrapport: Leespluim van de maand maart 2007
Rolschaatsen bezet met robijnen, een gouden fiets, een knuffelmuis, een hobbelzebra, een theeservies, een poppenwagen? Nee, prinses Arabella wil iets anders voor haar verjaardag: een olifant. Haar moeder de koningin krijgt bijna een flauwte als ze deze wens hoort en haar vader de koning vraagt zich af wie dat beest zal uitlaten. De houding van Arabella maakt duidelijk dat ze haar wens niet zal opgeven. Ze staat daar heel gedecideerd met de handen in de zij. Even later zien we op een hilarische illustratie drie lakeien met een vlindernet op jacht naar een olifant. En zo staat er op haar verjaardag een olifant met een feestelijke strik in haar staart voor Arabella klaar. Maar van gezellig samen spelen komt niets terecht. De olifant blijft staan waar ze staat en begint ook nog dikke tranen te huilen. Er zit voor Arabella niets anders op dan haar cadeau terug te brengen. Dan blijkt ook waarom de olifant zo verdrietig was. Een klein olifantje komt haar blij tegemoet. Mama is weer terug en heeft ook nog een cadeau meegebracht: een echt prinsesje, net wat ze wilde hebben. En dan zien we op het schutblad nog net de lange snuit van de olifant die het verhaaltje uitblaast.
Net als je bij het lezen denkt: wat een verwend nest, die Arabella, raak je vertederd door haar royale gebaar de olifant terug te brengen. Maar bij de onverwachte wending waarbij Arabella in de positie van cadeau terecht komt, valt enig leedvermaak niet te onderdrukken.
De elegante koningin, de koning op pantoffels, het hondje dat trouwhartig door het verhaal loopt, de talloze draperieën met ruitjesmotief: effectieve illustraties in hun krachtige eenvoud.
Misschien vinden kinderen het spannend te bedenken hoe het verhaal verder zou kunnen gaan. Een vervolg dat én Arabella én de olifanten gelukkig zal maken.
ISBN: 9058383709
€ 13.50 bestel dit boek
|
|
Lida Dijkstra en Marije Tolman - Schattig
Juryrapport: Leespluim van de maand februari 2007
Je zult als jong konijn maar voortdurend te horen krijgen dat je zo schattig bent. Het overkomt Tijn en het stort hem in een identiteitscrisis. Hij besluit zich een stoer imago aan te meten: zonnebril op, breeduit lopend met de voeten een beetje naar buiten gedraaid. Als dat geen indruk maakt. En dat doet het. Hij verhoogt er zijn schattigheid mee.Nog stoerder dus. Tijn laat een ringetje in zijn oor zetten en plakt een tattoo-sticker op zijn arm. Succes, misprijzende blikken zoals van ouders die hun puberzoon gadeslaan. Hij gooit er nog een schepje bovenop en schaft zich een imponerende motor aan. Met open knalpot en balancerend op het achterwiel maakt hij de straten onveilig. Tijn heeft zijn doel bereikt, niemand vindt hem nog schattig. Als hij tegen Truuske, een schattig konijnenmeisje roept: ‘Haai bebie’, levert hem dat een verachtende blik en het predikaat ‘engerd’ op. Dat komt hard aan en Tijn weet niet hoe snel hij zich van zijn stoere spullen moet ontdoen. De afloop laat zich raden. Ze vinden elkaar schattig, gaan samenwonen en in de lente komen er konijnenkindertjes.
Is het al volop genieten van het verhaal, de illustraties vergroten het plezier. Zo’n knus konijnenhol als van Truuske en Tijn, daar zou je toch zelf wel willen wonen. En de laatste pagina, waarop hun kroost, twaalf stuks, zich uitleeft met onder meer het oneigenlijk gebruik van wc-pot en toiletpapier; puur pret. Er is zelfs plaats voor een hommage aan Dick Bruna’s oerkonijn.
Misschien bekruipt u bij het lezen ook wel de gedachte: wat schattig, het zijn net mensen, die konijnen.
ISBN: 9056378619
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Imme Dros en Harrie Geelen - Pareltjespap is pap voor prinsessen
Juryrapport Leespluim van de maand januari 2007:
´Dunne pap, dikke pap, pap met klontjes, voor Ella geen probleem. Ze eet haar bord netjes leeg. Maar pap met floddertjes, dat wordt bedenkelijker en mama die al een papdrama ziet aankomen, bedenkt snel dat het pareltjespap is. Alleen die naam al doet wonderen: pareltjespap. Dat klinkt zo duur, dat moet wel pap voor prinsessen zijn, fantaseert Ella.
Natuurlijk krijgt vriendin Lucy over die bijzondere pap te horen, de pap die smaakt naar ijs met jam en chocola en drop. Ja, je moet wat bedenken. En ja, Lucy mag best een keer pareltjespap komen eten, en Floor ook. Maar er komt geen pareltjespap meer op tafel. Te duur, denkt Ella en ze biedt mama haar spaarpot aan om die dure pap te kunnen kopen. Dan moet mama wel met de prozaïsche waarheid voor de dag komen. Pareltjespap bestaat niet, het is eigenlijk mislukte pap van geschifte melk. Daarna zou het verhaal uit zijn als niet Lucy en Floor bleven zeuren over wanneer ze nou die pareltjespap mogen komen eten. Ella mag dan opgeschept hebben tegen haar vriendinnen, mama is toch ook schuldig aan de ontstane situatie.Weer toont mama zich inventief. Ze gaan nu echte pareltjespap maken: ijs, jam, chocola en drop gemengd door griesmeelpap. Zo kunnen de drie meisjes, pardon, de drie prinsessen smullen van de enige echte pareltjespap.
De korte, heldere en goed voorleesbare teksten vormen samen met de illustraties de charme van dit prentenboek. Het begint al meteen op de schutbladen met een serie beschilderde borden. U moet zelf maar ontdekken hoe die in het verhaal passen. Vervolgens zijn er de kostelijke schilderijtjes die de wisselende stemmingen van Ella laten zien: vrolijk, hangerig, aandachtig, geschrokken, opgetogen, teleurgesteld. Met als vorstelijke bekroning de drie prinsessen aan de pareltjespap.
ISBN: 9045103990
Dit boek is niet meer leverbaar.
|
|
Elle van Lieshout & Erik van Os - Het grote prentenboekenliedjesboek
Juryrapport: Leespluim van de maand december 2006
‘Klein klein kleutertje’… en u vult moeiteloos aan: ‘wat doe je in mijn hof’. ‘Altijd is Kortjakje ziek’…, ‘Er zaten zeven kikkertjes’… idem en u zingt het melodietje erbij. Kleuterliedjes die al generaties lang op het repertoire staan, laat dat alsjeblieft zo blijven. Maar het kan geen kwaad er iets nieuws aan toe te voegen. Het grote prentenboekenliedjesboek biedt daartoe de gelegenheid. Die titel geeft al aan wat u kunt verwachten. Prentenboeken spelen een belangrijke rol, negentien verschillende titels waaronder Het huisje dat verhuisde, Monkie, De drie rovers en Max en de Maximonsters. Bij elke titel hoort een liedje met notenschrift, de tekst van dat liedje staat ook apart als gedichtje vermeld – laat zich dus gemakkelijk voorlezen – en natuurlijk zijn er ook enkele illustraties uit het betreffende prentenboek opgenomen met als extra een zoek- of kijkopdracht naar aanleiding van zo’n illustratie. Voor wie zich niet thuisvoelt bij het notenschrift, op een bij het boek behorende cd zingt Hakim de liedjes voor. Een boek dus waar je veel kanten mee uitkunt.
Maar het zijn toch vooral de teksten van de liedjes/gedichtjes die de aandacht trekken door de speelse manier waarop de taal er vorm krijgt. Als voorbeeld een fragmentje uit het gedichtje bij het prentenboek Borre en de nachtzwarte kat:
Borre, Borre / Wakker worre / Wor es wakker Borre! / ... / Wat is dat? / Het is de kat / de kat / de zwarte kat.
De muziek moet u er maar even bij denken. En dan zijn er nog de originele illustraties uit de diverse prentenboeken. Die maken nieuwsgierig naar meer.
ISBN: 9056377922
€ 15.00 bestel dit boek
|
|
Karin Somers - De mantel van Sinterklaas
Juryrapport Leespluim van de maand november 2006
Bij zijn bezoeken aan Nederland heeft Sinterklaas met uiteenlopende problemen te maken gehad, van verloren verlanglijstjes tot zoekgeraakte mijters. Daar komt dan nu nog een mantel met vlekken bij. Als Sinterklaas ’s morgens rustig zijn bordje havermoutpap zit te eten, vindt de poes dat hij best een likje kan nemen, maar komt dan per ongeluk midden in het bord pap terecht. De mantel van de Sint onder de vlekken. Een boenpartij in de badkamer heeft desastreuze gevolgen. De mantel is zo gekrompen dat Sinterklaas volslagen voor gek staat. Dan loopt Pietje Puk in de stad alle winkels af voor rode mantels, maar als Sinterklaas ze gaat passen, lijkt hij op alles behalve op Sinterklaas. Het is al bijna 5 december. De Weet-wel-raad-Piet krijgt een briljant idee: een oproep via het Sinterklaasjournaal op de televisie. Wie maakt een nieuwe mantel voor de Sint? Die oproep belandt ook bij Lotje en haar moeder en zij zorgen ervoor dat Sinterklaas zich precies op tijd in een gloednieuwe en passende mantel kan hullen. Het Sinterklaasfeest kan doorgaan.
De heerlijke spanning van de verwachtingsvolle dagen in een plezierig voorleesverhaal waarbij de vrolijke illustraties een kijkje geven in de dagelijkse gang van zaken in de residentie van Sinterklaas. Nu weten we tenminste dat de Zwarte Pieten onder alle omstandigheden, ja ook bij het eten, hun witte handschoenen aanhouden. Misschien is het een aardig idee om als u op blz. 23 bent gekomen waar de Sint uitroept: ‘Oh, wat moet ik nou toch beginnen?’ aan de kinderen te vragen of zij een oplossing voor het mantelprobleem weten.
Aan het boek is een cd toegevoegd waarop het verhaal in hoorspelvorm wordt verteld. De teksten van de liedjes zijn achter in het boek opgenomen.
ISBN: 9085605083
€ 17.50 bestel dit boek
|
|
Marjet Huiberts & Philip Hopman - Ridder Florian
Juryrapport Leespluim van de maand oktober 2006:
Heb je het over ridders dan staat je meteen het beeld voor ogen van een zwaar geharnaste onversaagde figuur die te vuur en te zwaard het onrecht bestrijdt. Dat zal dus ook wel het geval zijn bij een ridder die Florian heet, hoewel, die illustratie op het omslag… Wat de lezer die aan het boek begint dan nog niet weet, is dat Florians volledige naam Ridder Florian de Bange luidt, dat hij er allesbehalve als een stoere vent uitziet, eerder als een schattig jongetje. Maar stoer of schattig, adel verplicht en Florian komt, jong als hij is, voor hete vuren te staan. De titels van de avonturen zeggen wat dat betreft al genoeg: Roversbende, Pestkop, Draak, Toernooi, Heks en Jonkvrouw. Het zijn de klassieke thema’s in de oude ridderverhalen, maar de uitwerking is dat allesbehalve. Daar komt eerder humor dan onverschrokkenheid bij kijken. Neem bijvoorbeeld de geschiedenis met de draak die Florian geacht wordt te vangen. Hij vindt geen vuurspuwend monster maar een hoopje snikkende ellende.Want vanwege zijn afstotend uiterlijk wil niemand met hem spelen of zijn schubben strelen. Florian vermant zich en het einde van het liedje is dat de draak als huisdier het vuur in de open haard aanblaast. Zo gaat het telkens weer: het gevaar waar Florian bang voor is blijkt in de praktijk mee te vallen. Het gezegde ‘men lijdt het meest aan het lijden dat men vreest’ gaat ook voor Florian op. De gebeurtenissen worden verteld in goedlopende rijmende vierregelige strofen die zich voortreffelijk laten voorlezen. Het vleugje ironie is ook terug te vinden in de soms hilarische illustraties, zie bijvoorbeeld het koor van vierentwintig woestelingen. Vergeet niet het schutblad te bekijken, als het ware een zoekprent waarop allerlei elementen uit de verhalen zijn terug te vinden.
ISBN: 9025740847
€ 14.95 bestel dit boek
|
|
Mathilde Stein en Mies van Hout - Bang mannetje
Juryrapport Leespluim van de Maand september 2006:
Het begint al op de titelpagina: boven het bed een vleermuizenmobile, eronder iets ondefinieerbaars blauw en griezelig, de poes kijkt ernaar met opgeheven staart (die poes loopt trouwens door het hele verhaal met Bang Mannetje en de lezer mee). De toon is gezet. Eigenlijk is Bang Mannetje een heel gewoon jongetje; hij zou Sander, Eric, Fouad of Dennis kunnen heten. Maar hij is bang om er iets van te zeggen als grote mensen voordringen of om zijn bloemetjesbroek te dragen, want ze zouden hem kunnen uitlachen. En als er ’s avonds iets kraakt onder zijn bed, dan zou dat wel een griezelig spook kunnen zijn. Hij wil niets liever dan minder bang zijn en om dat te bereiken neemt hij het heft in eigen handen. In de Gouden Gids vindt hij onder de rubriek ‘Hulp aan Bange Mannetjes’ het telefoonnummer van de Toverboom. Al de volgende dag is hij op weg door het wilde woeste woud. Het is maar goed dat de Toverboom hem heeft gezegd dat hij niet bang hoeft te zijn voor de wilde woeste wezens die hij kan tegenkomen: de allerverschrikkelijkste draak, de enorme harige spin en de vreselijke toverkol. Als hij dan bij de Toverboom zijn wens kenbaar maakt, is het antwoord dat hij eigenlijk al een ‘Best Wel Dapper Mannetje’ is. Het einde laat zich raden: in zijn bloemetjesbroek gaat Best Wel Dapper Mannetje naar de bakker, wijst een voordringende mevrouw terecht en koopt twee taartjes, eentje voor zichzelf en eentje voor het spook onder zijn bed. Alles wat een prentenboek aantrekkelijk maakt, is hier aanwezig: een voor kinderen herkenbaar probleem, een avontuurlijke tocht en verlossende woorden die eigenlijk bevestigen wat Bang Mannetje zonder het te beseffen al in de praktijk heeft gebracht. Dat alles in een fraaie harmonie van warme illustraties – let vooral op de Toverboom – en een heldere, geestige tekst. Eigenlijk had Bang Mannetje vier taartjes moeten kopen; de makers van het boek verdienen er ook een.
ISBN: 9056377159
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Dick Bruna - Vogel Piet
Juryrapport Leespluim van de Maand augustus 2006
´Is dat niet dezelfde vogel piet over wie een film werd vertoond op het feest van tante Trijn (1992)? En nu dus het boek naar die film. Het verhaal over vogel piet, ‘een kale vogel / want veren had hij niet’. Dit in tegenstelling tot zijn medevogels die zich met rode, gele, blauwe of groene verzen tooiden. Begrijpelijk dat piet verdrietig was en er een dikke traan uit zijn oog rolde, die ene traan die naar Bruna ooit zei ‘meer doet dan een gezicht vol tranen’.
Zoveel verdriet kan de vogel met zijn gele veren niet aanzien en hij besluit met zijn gevederde vrienden dat ze elk een van hun veren aan piet zullen geven. Zo komt het dat aan het eind van het verhaal piet in een veelkleurig verenkleed rondloopt. Einde. Nee, nog geen einde want Dick Bruna heeft voor zijn jonge lezertjes, en voor volwassenen die meelezen, nog iets in petto: een lesje literatuur. Want, zo zegt hij, wat er met vogel piet gebeurt, kan niet in het echt: ‘dit kan alleen in een verhaal’.
Met zijn tekeningen zet Bruna de kinderen een wereld voor die is teruggebracht tot het meest wezenlijke. In zware contourlijnen en heldere kleuren zet hij zijn wereld neer en met een minimum aan middelen geeft hij emoties weer. De direct aansprekende tekst, vierregelige versjes met een eenvoudig rijmschema, vormen samen met de robuuste eenvoud van de illustraties een onlosmakelijk geheel. Het wil toch wel wat zeggen dat deze formule na een halve eeuw nog niet is uitgewerkt.
ISBN: 9056470787
€ 5.75 bestel dit boek
|
|
Rotraut Susanne Berner - Zonnige zomer. Kijk- en zoekboek
Juryrapport Leespluim van de Maand juli 2006:
Op zeven royale gekartonneerde dubbelpagina’s beleven we een stukje van een zomer in de kersentijd. Om precies te zijn: iets meer dan een uur. De verschillende klokken in het verhaal geven het aan. We zijn dan van de buitenrand van een stadje via het centrum naar de andere kant geraakt. Naast een aantal zaken dat direct opvalt, is er een overvloed aan minutieus getekende details te zien. Er lopen vele verhaallijnen door het boek heen en verschillende ervan komen op de laatste plaat bij elkaar. Neem bijvoorbeeld de twee fietsers die rechtsboven op de eerste dubbelpagina voorkomen: we komen ze op bijna alle platen tegen en ten slotte staan op de laatste plaat hun fietsen aan de kant en zien we hen de tuin van het Parkcafé binnenlopen, elk met een versierde doos in de hand. Er is een feestje aan de gang en we ontmoeten daar meer mensen die wellicht op eerdere platen opgevallen zijn, bijvoorbeeld de jonge man op de rode scooter. Soms loopt een personage maar enkele platen mee, zoals de gezette dame die op de tweede plaat haar tuin uit loopt, onderweg een ijsje koopt, op de rommelmarkt een jasje keurt en ten slotte in een warenhuis een jurk past. Want dat is het aardige in dit boek, verschillende gebouwen zijn opengewerkt zodat we kunnen zien wat er binnen gebeurt. Maar we kunnen ook de suggesties op de achterkant van het boek tot leidraad nemen, of gewoon de dingen benoemen die op de platen te zien zijn. Of kijken hoe vaak een bepaald gegeven – bijvoorbeeld een auto – voorkomt. Of zoeken naar een elektrische tandenborstel, een afstandsbediening, de nordic walkers, een mobieltje, een laptop, een schotelantenne. Een boek dat eindeloos veel verhalen bevat, dat uitnodigt tot steeds weer kijken, benoemen en verbanden leggen. Een boek dat blijft verrassen.
ISBN: 9020964828
€ 12.95 bestel dit boek
|
|
Eric Carle - Rupsje Nooitgenoeg (voelboek met braille)
Juryrapport Leespluim van de Maand juni 2006:
Ze zijn inmiddels ruim dertig jaar, de peuters en kleuters die in 1972 als eersten in Nederland kennismaakten met Rupsje Nooitgenoeg. Een onverzadigbaar rupsje dat zich in een week door een appel, twee peren, drie pruimen, vier aardbeien, vijf sinaasappels, een stuk chocoladetaart, een ijsje en nog zo een en ander heen eet, om zich vervolgens te verpoppen tot een wonderschone vlinder. Een verhaal dat jonge kinderen nog steeds weet te bekoren, vanwege het onderwerp en de kleurrijke collages van Eric Carle. Maar is het nodig zo’n overbekend boek weer onder de aandacht te brengen?
Neem het boek ter hand, stel vast dat het zo’n vier keer dikker is dan de uitgave die u kent, sla het vervolgens open, doe uw ogen dicht en ga dan met uw vingertoppen over de titelpagina. U voelt met uw ongetrainde vingers iets harigs en kronkeligs en in de rechterbovenhoek een aantal puntjes die uit het papier omhoogkomen. Inderdaad, Rupsje Nooitgenoeg in een voelbare uitgave met de tekst in braille – en in het vertrouwde alfabet. Een paar bladzijden verder, bij de tekst: ‘’s Nachts lag er, in het maanlicht, een eitje op het blad’, voelen het blad, het eitje, de maan, de boom en de nachtelijke achtergrond allemaal verschillend aan. Dat gaat zo door tot de laatste bladzijde met de wonderschone vlinder, compleet met voelsprieten en pootjes. De kleurnuances van het oorspronkelijke prentenboek mogen dan verdwenen zijn, daarvoor in de plaats is de tastbare sensatie gekomen. Blinde en slechtziende kinderen zijn nu ook in staat van het prentenboek te genieten. Maar ook voor ziende kinderen is het boek een unieke ervaring. De wetenschap dat elk exemplaar met de hand is vervaardigd, maakt de uitgave extra bijzonder.
ISBN: 9056378074
€ 39.95 bestel dit boek
|
|
Juliette de Wit - Waar gaat Ollie naartoe?
Juryrapport Leespluim van de Maand mei 2006:
‘Waar gaat Ollie naartoe?’ Met deze vraag, tevens de titel van het boek, hebben we de volledige tekst van het boek gehad. Afgezien van enkele opschriften die deel uitmaken van de illustraties, zoals ‘Papa is jarig’ op de deur van de slaapkamer, ‘taart’ op de taartdoos en ‘hotel’, ‘bakker Kruimel’, en ‘Lia’s kinderboekwinkel’ op enkele panden. Het zijn de illustraties die het verhaal vertellen over een vader die jarig is en met zijn cadeau, een kinderbakfiets, een ritje naar het strand maakt. Met zijn dochter Ollie in de bak en een paar feestelijke ballonnen aan het stuur. Hoogtepunt van het verhaal wordt de redding van een zeehondje dat zich te ver van het water heeft gewaagd. Dat is de grote lijn van het verhaal, maar daaromheen zitten zoveel details dat de lezer telkens weer nieuwe variaties kan bedenken: over de samenstelling van het gezin – blanke moeder, bruine vader; de reddingsactie rond de in de gracht geraakte auto; de vraag waar het golfballetje gebleven is; de picknick in de duinen; het zielige zeehondje; de stad en het platteland en tal van andere zaken die de mogelijkheid van een verhaal in zich dragen. De royale illustraties geven de sfeer van deze feestelijke dag met echt Hollands, winderig voorjaarsweer voortreffelijk weer.
Een boek waarin een kind zelf op ontdekkingsreis kan gaan, dat door het benoemen van en het vertellen over de illustraties bijdraagt aan de taalontwikkeling. Dat ertoe uitnodigt om samen – kind en volwassene – te lezen, om dan vervolgens... (zie laatste bladzijde).
ISBN: 9085682312
Dit boek is niet meer leverbaar.
|
de genoemde prijzen zijn incl. BTW
terug naar overzicht bekroonde boeken
|